Antwerpse modestudenten tonen collecties
Gisteren was hét moment voor de studenten van de Antwerpse modeacademie, die hun afstudeerprojecten aan het grote publiek mochten tonen.
‘Dat ze in het eerste jaar nog met veel zijn’, horen we iemand fluisteren wanneer de eerste modellen de catwalk oplopen in creaties van de academie-groentjes. We tellen 54 studenten, die naar gewoonte werkten rond drie thema’s. Rokjes werden ingenieus rond onderlichamen geconstrueerd, het thema ‘2D into 3D’ zorgde –verrassend- voor driedimensionale volumes en wat ‘materialmix’ inhoudt, kan je raden. De tweedejaars (toen waren ze nog met 25) en de derdejaars (met 19) mochten respectievelijk drie en vijf silhouetten op de catwalk brengen en deden dat afwisselend met elegantie en bombarie. We merken dat bedekte gezichten en fluokleuren nog steeds werken op de catwalk, in tegenstelling tot te hoge conceptuele schoenen. Sommige modellen leken eerder te balanceren dan te defileren en een eentje maakte onzacht kennis met de catwalk. Van het derde jaar onthouden wij vooral de hedendaagse romantiek Lola Barré, de volumes van Alexandra Helminger en de elegante silhouetten van Misora Nakamori.
De laatstejaars, dan, want voor het resultaat van vier jaar hard labeur aan de modeacedemie zijn we tenslotte komen kijken. De Belgische Charlotte Pringels mocht de spits afbijten met een collectie die werkt met spanning rond het lichaam: stretchmaterialen wringen zich rond het lichaam en creëren asymmetrie en rimpeleffecten. Miquel Boutens bracht een cello op het podium, die overstemd door elektronische geluiden de soundtrack vormde voor een collectie geïnspireerd op ‘Le Petit Prince’. Het werden jongensachtige stukken met pastelkleuren, capes en scherpe jasjes in zachte stoffen. Tabitha Osler zocht het dan weer dichter bij de aarde, met bosnimfen in gequilte jurken, zachte kleuren en motieven van natuurlijke elementen zoals boomschors. Eva Dunis mixte inspiratie uit haar favoriete landen Thailand en India met haar Britse roots, wat resulteerde in kleurrijke ruitpatonen. Voor wie zich afvroeg wat de andere prints in haar collectie betekenen: het zijn interpretaties van de kamasutra. Jon Sofferud heeft een ding met doorzichtige, reflecterende stoffen: hij ziet iets in bergbeklimmers op zoek naar zichzelf, maar geeft hen een urban touch.
De grappigste collectienaam is die van Anissa Aouar: ‘A super drunk hero’ haalt de mythe van de superheldin naar beneden: hoewel de lycra stukken, bling en cartooneske prints niet veraf zijn, wil haar superheldin vooral gewoon zijn – vandaar de kroon met sigaretten. De collectie van de Japanse So Takayama bestaat uit strakke silhouetten uit zwart, rood en oranje met opvallende volumes, die volgens de ontwerper naar de aerodynamica van een auto verwijzen. De meest opvallende collectie was die van Rey Benedict Pador, die zijn archetypes een laagje bondage en sm gaf – inclusief leren bandjes en blote billen.
De modellen van Wali Mohammed Barrech hadden een verband rond hun hoofd, een verwijzing naar de wereld van de plastische chirurgie waar alles blinkend en mooi, maar tegelijk onecht is. Iets heel anders dan de paradijsvogels van Manon Kündig, die alle denkbare prints, kleuren, patronen en materialen met elkaar verenigen. De eer om het defilé af te sluiten kwam toe aan Marius Janusaukas, wiens schone slaapsters gehuld werden in stoffen die de ontwerper zes weken onder de grond begraven heeft voor hij er jurken van maakte. Dramatisch en elegant, met een luguber kantje.
(TB, foto's KC)












