'Heb je een vuurtje voor me'? De jongeman op de hoek van de straat kijkt veelbetekenend naar de sigaret in mijn hand, een onmiskenbaar bewijs dat ik heb waar hij naar op zoek is. Nu was de man in kwestie niet onknap, en mooie mannen verwarmen met het vuur van mijn aansteker is me zelden te veel moeite geweest. Dus duik ik in mijn handtas, op zoek naar het kleinood. Tien minuten later, rommelend in diezelfde tas, zie ik de vuurloze jongen paniekerig rondkijken, om uiteindelijk zijn sigaret aan te steken met de vlam van een ander passerend slachtoffer, eentje dat vuur en hulpvaardigheid bovenaan in een broekzak had zitten - een man, uiteraard.
76 dagen, zoveel dagen van haar leven schijnt een vrouw op te offeren aan het zoeken naar dingen in haar tas. Ik ben er zeker van dat ik er al honderden verloren moet zijn. Want naast de hoogstnodige dingen -sleutels-telefoon-portefeuille- heb ik ook steeds een boek bij me, voor als ik ooit ergens vijf minuten zou moeten wachten. En een make-uptasje, dat gezien mijn filosofie dat je nooit genoeg lipgloss kan hebben ondertussen uitgroeide tot een heuse beautycase. En een flesje balsamico, dat mijn liefste me gaf voor ik snel-snel ergens heen moest en dat de weg naar mijn keukenkast nog niet heeft gevonden. En een paar ballerina's, want je weet nooit wanneer die hakken afbreken. Verder: de krant van vandaag (want een vrouw moet haar wereld kennen) een flesje water (want dat schijnt gezond te zijn), de krant van gisteren (want die heb ik er nog niet uitgehaald) en een Ipod waar ik nooit naar luister aangezien de oortjes altijd een ingewikkelde constructie aangaan met al het vorige.
En zo komt het dat ik steeds 'wat zit daarìn!' te horen krijg wanneer ik iemand vraag mijn tas even vast te houden, een opmerking die standaard een gemompeld 'gewoon, wat spullen' verdient. Meestal begrijpt men dan wel waarom ik nooit mijn telefoon opneem en altijd tien minuten later terugbel, waarbij ik 'hallo' vervang door 'ik heb hem!'. Maar als de trein weer eens vertraging heeft, kan ik wel kiezen tussen de krant en een boek om mijn tijd te vullen, een intellectuele bagage waar ik graag mijn schouderspier voor opoffer. En dus neem ik me voor vanaf nu standaard 'nee' te antwoorden wanneer een passant me om een vuurtje vraagt. Hoe knap hij dan ook moge zijn.

Commentaar