Over krullende mondhoeken en internetdaten
Als er iets is waarop ik mij niet graag laat betrappen, dan is het wel leedvermaak. Zo krullen mijn mondhoeken zich nooit wanneer een vroegere liefdesrivale gedumpt wordt en laat ik het na om te schaterlachen als de babe van de avond over haar hoge hakken stuikelt. Zoiets vind ik onvolwassen en het past niet bij de klasse die ik mezelf –zo nu en dan- probeer toe te eigenen.
Maar het is niet omdat ik in dergelijke situaties niet onwillekeurig glimlach, dat er in mijn gedachten niet een klein beetje nagegetrapt wordt. Bijvoorbeeld wanneer een ex begint te internetdaten. Niet dat ik daar op neerkijk, het is begrijpelijk dat mensen door tijds- of andere gebreken hun toevlucht nemen tot de virtuele wereld om de ware liefde te vinden. Maar als een ex het doet, betekent dat zoveel als: ik kom nooit iemand van vlees en bloed tegen die aan jou kan tippen. En dan moet je al erg grootmoedig zijn om daar niet een tikkeltje triomf in te scheppen.
Helemaal leuk was dat hij me net daarvoor nog had willen bereiken. Met een sms’je: ‘hey, lang geleden, misschien moest ik nog maar eens bij je langskomen’. Ander voordeel van de virtuele wereld: hij ziet nooit de twijfel op mijn gezicht en de moeite die het me kost om een ‘liever niet’ te omschrijven. Zo lijkt het in tien letters alsof ik hem vergeten ben. Wat uiteraard niet zo is.
Misschien is dat verborgen leedvermaak niet meer dan een vorm van troost, een hulpmiddeltje om mijn rug te rechten als ik hem tegenkom – ‘zo, ik hoorde dat je aan het –euh- daten bent’. Dat ik op zo’n moment liever wil huilen dan onwillekeurig glimlachen, hoeft hij niet te weten. Per slot van rekening geldt voor tranen hetzelfde dan voor krullende mondhoeken : het is beter als ze niet gezien worden.

Commentaar