Ik word oud. Over twee maanden vier ik mijn 27ste verjaardag (de zogenaamde 'bad side of the twenties') en hoewel deze leeftijd voor velen wil zeggen dat ik nog een piepkuiken ben, kan ik niet ontkennen dat de rock 'n roll langzaam uit mijn leven sluipt. En dat uit zich vooral in levensbelangrijke dingen zoals wonen, eten en drinken.
Wat dat wonen betreft, dat gebeurde vroeger op een kot ingericht met afdankertjes uit het ouderlijk huis aangevuld met vondsten uit het kringloopcentrum. Later werd dat samenwonen met vriendinnen die qua Ikea-meubels een beetje compatibel waren. Ondertussen hebben sommige van mijn vriendinnen een eigen huis gekocht, met als gevolg dat notariskosten en plafondverf de roddels vervangen die tot voor kort het hoofdingrediënt van onze gesprekken waren. Bovendien verlang ik bij gebrek aan eigen woonst naar nieuwe meubels, zodat ik mezelf erop betrap de prijs te vragen van een paar leuke oude stoeltjes waardoor ik plots te weten kom wie Arne Jacobsen is. Met als gevolg dat ik nu elke maand wat spaar voor stoeltjes - niet bepaald mijn idee van het groots en meeslepend leven dat ik ooit voor ogen had.
Eten dan. Een activiteit die zich de laatste jaren verlegde van pittabars naar restaurants die eigenlijk net een tikje te duur waren, maar tegenwoordig wordt er gegeten in de huiskamers van de huisbezitters. Waardoor naast notariskosten ook recepten de gesprekken binnensluipen - fijn, ware het niet dat ik nog geen ei kan bakken. Bovendien staat tegenover een uitnodiging een wederuitnodiging, waardoor ik mezelf aan mijn liefste naar zijn agenda hoorde vragen omdat we die-en-die nog te eten moesten vragen. Rock 'n Roll? Ik dacht het niet...
En terwijl ik voeger zowel tijdens de week als in het weekend lekker kon doorzakken aangezien ik met een paar uurtjes slaap vlotjes de volgende dag doorkwam, heb ik tegenwoordig de morning after het gevoel alsof er een kernontploffing in mijn hersenen heeft plaatsgevonden. Alleen vergeet je dat gelukkig nogal snel, want als er één ding is dat zowel mijn huisbezittende als maaltijdbereidende vrienden bindt, is het een voorliefde voor spontane terrasavonden. Waardoor ik de dag erna meerdere malen om euthanasie smeek wanneer ik aan het werk moet. Maar stiekem denk ik: Yeah. Rock 'n Roll.
Ik had het moeten zien aankomen. Signalen waren er genoeg, eerst af en toe daarna elke keer als ik iets vroeg. Ik keek de andere kant op en deed of er niets aan de hand was en hoopte hevig dat het vanzelf zou overgaan. En toen was het plots allemaal voorbij . Vier jaar lang was hij mijn steun en toeverlaat, hij herbergde mijn diepste geheimen, bewaarde mijn mooiste herinneringen, hij verruimde mijn blik op de wereld. En nu was alles weg. Maar ik zou niet opgeven voor ik alles geprobeerd had om die jaren te redden. Wanneer hij wegviel, was dat een lobotomie zonder verdoving, tenminste, zo voelde het toch .
Toen twee vrienden zich over het probleem bogen keek ik nagelbijtend toe. Een vermoeide zucht later keken ze me hoofdschuddend aan. “Het ziet er niet goed uit, alles is verziekt”, zei vriend nummer 1. Plots werd ik overspoeld door de angst dat alles weg zou zijn. Vriend nummer 2 zag de zaak niet veel rooskleuriger in: “beestjes, kapot gevreten”. Hij klapte mijn goede oude laptop dicht en ik wist dat het voorgoed was. Nog niet klaar voor het finale afscheid nam ik het zware logge ding nog even op schoot voor ik hem in tas stopte, als laatste groet.
In de dagen die volgden onderging ik het volledige rouwproces: na de ontkenning (“dit kan toch niet waar zijn”) kwam de boosheid (“verdomme, een nieuwe is veel te duur, zeker na die onverantwoorde schoenen aankoop”), daarna de onderhandeling (“alstublieft meneer, weet u het wel echt helemaal zeker?”) gevolgd door een kleine depressie (“ik ben écht alles kwijt”). En dan uiteindelijk: de aanvaarding.
Het leek allemaal nog wel mee te vallen. De harde schijf werd gered en ook in mijn budget vond ik voldoende ruimte om het verlies mee op te vangen. Als een man met een midlife crisis gaf ik mijn ogen de kost aan jongere, dunnere, slimmere en mooiere exemplaren. Mijn vingers gleden over het strakke toetsenbord en mijn credit card door de betaalautomaat. De vier jaren samen zijn mooi geweest maar ik weet zeker dat mijn nieuwe laptop en ik een toekomst vol mooie woorden, beelden en muziekjes tegemoet gaan. Want de herinneringen in mijn hart kunnen immers door geen virus, hoe agressief ook, vernietigd worden.
'Als jij geen koopverslaving hebt, dan weet ik het niet meer!'. Vriendin E. kijkt misprijzend naar de zakjes aan het stuur van mijn fiets als ik haar toevallig tegenkom in een drukke winkelstraat. Op zaterdag, want soms tart de verslaving alle obstakels, zelfs overvolle pashokjes en urenlange rijen aan de kassa. Nu wilde ik er wel wat tegenin brengen (ik had nieuwe schoenen nodig! Ik had nog maar dertig paar!), maar de realiteit is dat ze een punt heeft.
Toen ik even later een bikini stond te passen, zo'n Lolita-achtig model met zwart-witte vichyruitjes, bedacht ik me dat het niet de bikini was die ik wilde. Ik heb massa's bikini's, van Princesse TamTam tot Kylie voor H&M, en de realiteit is dat ik ze allemaal maximum één keer per jaar draag. Wat ik me met die bikini dacht aan te schaffen, was tijd. Tijd om in de zon te liggen met een boek en een cocktail. Een strand met wuivende palmbomen en heerlijk bruin kleurtje in plaats van werkdagen van tien uur en deadlinestress.
Dus heb ik de bikini gelaten waar hij was. Met pijn in het hart, dat spreekt, maar af en toe wordt een vrouw nu eenmaal geacht haar verslavingen te overwinnen. Al was het maar om chocoladeschaarste tegen te gaan. En zo heb ik me erbij neergelegd dat ook deze zomer er een zal zijn zonder stranden en palmbomen en dat de enige straling op mijn huid waarschijnlijk van mijn computerscherm zal komen. Gelukkig maar dat je een bruin kleurtje wel in een flesje kan kopen.
Ik heb het er niet zo op begrepen. Op de zomertrends, bedoel ik dan. Neem nu die militaire parka-dingen: erg rock 'n roll als Alexa Chung of Agyness Deyn er mee op de rode loper verschijnen, maar zelf zie ik er eerder uit alsof ik per ongeluk De Kampeerder ben binnengestapt en nog nooit heb gehoord van het verschil tussen een medium en een XXL. Hetzelfde geldt voor die leuke Chanel-klompjes, die eigenlijk alleen leuk zijn in de Chanel-versie en bijgevolg onbetaalbaar.
Nude-kleuren dan. Prachtig vind ik ze, op de catwalk en in advertenties. Niet echter in het pashokje: ligt het aan mij, of moet ik dringend een kuurtje zelfbruiner en drie weken vakantie op een zonovergoten eiland? Anyway, ik koop me wel een tasje in zo'n bleke kleur. Shortjes vind ik dan weer wel fijn, maar daarvan heb ik de afgelopen zomers al zoveel exemplaren ingeslagen dat het me een raadsel is wat er nu weer de nieuwigheid aan was.
Hetzelfde geldt voor de boyfriend jeans, die ook op enthousiasme van mijn kant kan rekenen. Iets minder op die van mijn liefste, die me er regelmatig attent op maakt dat ik er net een jongen in lijk, inclusief misprijzende blik. De lingerielook wordt waarschijnlijk wel goedgekeurd, maar een experiment van enkele jaren geleden leert me dat zo'n korsetgevallen volledig ongeschikt zijn om op een onverwachte meeting te verschijnen. Trauma opgeborgen, idem voor het lingerietopje.
Het goede nieuws aan deze vestimentaire malaise is dat ik op het einde van de eerste lentemaand zowaar nog een beetje plaats in mijn kleerkast heb. En een beetje geld over. Dat ik uiteraard onmiddellijk van mijn rekening haal om mezelf te trakteren op een erg duur wellnessarrangement. Want je weet maar nooit wanneer er weer een bankencrisis uitbreekt.
Mijn buren hebben een baby. Die ondertussen bijna een jaar oud is en slechts luttele dagen verwijderd van zijn eerste stapjes, bezig zich mentaal voor te bereiden op de vele 'oehs' en 'wauws' die hij daarvoor in ontvangst zal mogen nemen. Mijn buren hebben ook een stationmodel auto. Geen luxe, want met zo'n baby verplaats je je niet zonder tientallen tassen vol luiers, reservekleertjes, slabbetjes, speelgoedjes, fopspenen en favoriete slaapdoekjes. Om van de maxi-cosi, het opvouwbed, de uitplooibox en de multifunctionele verschoontafel nog maar te zwijgen. Travelling light, het lukt niet met een kind.
Na de buren lijkt ook de rest van de vriendenkring klaar voor nageslacht. Vriend K. bijvoorbeeld, die zijn kersverse vrouw meteen een tweeling schonk. Dat hij zich vele jaren bekwaamd heeft in het zich voortplanten, moet je hem nageven. Maar ik vraag me bezorgd af hoe dat dan moet met dubbel zo veel luiers, reservekleertjes, slabbetjes, speelgoedjes, fopspenen en favoriete slaapdoekjes. Stiekem verdenk ik hem ervan te sparen voor een vrachtwagen. Pluspunt daarvan is dat je er ook even in kan dutten als de vrucht van je lendenen 's nachts nogal veel kabaal blijkt te maken.
Dan is er de vriendin van vriendin L., ook zwanger en bovendien van L. gescheiden door het treintraject Gent-Antwerpen. Dat binnenkort eenzijdig door L. in de richting van het Gentse zal worden afgelegd, want zo'n baby wil je niet mee op de trein. Zeker niet als er tegenover je een erg serieuze man zit die zich duidelijk wil verdiepen in de krant, want net dan begint 'ie te huilen. De baby, bedoel ik dan. Met als gevolg dat L. uren op de trein zit, om bij aankomst meteen de woorden 'hoe schattig' in de mond te nemen. Want baby's zijn schattig, daarover zijn de sociale richtlijnen meer dan duidelijk.
Ik hoef ze nog niet, die kleintjes. Niet alleen omwille van het feit dat ik negen maanden zonder gin een stevige opgave lijk te vinden en liever niet zou hebben dat mijn buik en kont het formaat van een huis krijgen. Maar ook omdat ik het gezellig vind om te gaan en te staan waar ik wil ik wil. En omdat ik zo vaker uitgenodigd word bij vrienden die etentjes onder eigen dak de makkelijkste vorm van sociaal contact vinden. Zonder gesleur, met een glaasje wijn en de baby binnen handbereik, die hoogstens wat huilt of het voorgerecht onderkotst. Zo kom ik nog eens ergens. En het leukst is dat ook weer weg kan als ik wil. Zonder luiers, slabbetjes of reservekleertjes.
Tot vorige week verkondigde ik met een zekere misplaatste trots dat ik als enige Vlaming nog nooit aan een Start to Run-programma begon. Geen aanmoedigende kreetjes van Evi Gruyaert op mijn iPod. Ook geloofde ik net iets te lang dat jezelf een nachtje in het zweet dansen, met de fiets naar de bakker gaan en op torenhoge hakken achter een tram aanhollen voldoende was om billen, borst en buik in vorm te houden. Maar zoals wel vaker had ik het helemaal mis en dus waag ik me vaker dan me lief is aan een Latino getint soft-erotisch zumba dansje en grensverleggende yoga en pilatessessies waarbij Madonna's flexibiliteit zo goed als geëvenaard wordt. Het is dus niet dat ik iets tegen sport heb, het is enkel bij lopen waar het sportschoentje wringt. Eigenlijk is het vrij simpel:ik haat het. En net ik neem dan geheel vrijwillig deel aan een Start2Run workshop.
Vol goede intenties beperkte ik mijn alcoholinname de avond voordien braafjes tot vier eenheden. ‘s Ochtends hees ik me in mijn hagelwitte ‘Madonna for H&M’ traningspak, een miskoop die na er de motten vanaf te slaan eindelijk zijn nut bewijzen kon. Hoe dichter bij Brussel, hoe hoger mijn hartslag en de file zorgde enkel voor een kortstondig uitstel van executie. Toen ik het indrukwekkende Koning Boudewijnstadium binnenwandelde overwoog ik om rechtsommekeer te maken en weg te lopen. Net voor ik voor het hazenpad kon kiezen werd ik bij mijn nekvel gevat en bij een paar andere sportief uitgedoste en zenuwachtige journalisten gedropt. Het volgende uur vertelden sportartsen met suffe hoofden maar goed verborgen atletische lichamen ongetwijfeld interessante zaken waar ik me weinig van herinner. Buiten dat je héél erg lang moet sporten voor dat lichaam van je doorheeft dat het wel eens wat vet zou mogen verbranden. Vervolgens kregen we een state of the art Polar hartslagmeter omgebonden en moedigde een overenthousiaste begeleidster ons aan om vijf rondjes te lopen, als opwarming. Mijn wenkbrouw ging bedenkelijk de hoogte in en prompt werd de opwarming tot twee rondjes gereduceerd. Vrij snel hoorde ik alarmerende biepjes aan mijn pols maar ik volharde in de waanzin, zelfs toen ik na anderhalve ronde pufte als iemand met een 40 jaar lange rookcarrière. Toen ik met het schuim op de lippen de finish haalde merkte ik lichte paniek in de ogen van de niet meer zo enthousiaste begeleidster. Moederlijk sloeg ze haar arm om me heen en tussen wat bemoedigende woordjes door prevelde ze dat ik naar mijn lichaam én mijn hartslagmeter moest luisteren. Eens het stadium niet meer rond mijn hoofd danste vond ik in een bebaarde man met kilt mijn nieuwe looppartner. We deden het rustig aan en de hysterie bij mijn hartslagmeter bleef uit. Na enkele rondjes besloot ik het advies ter harte te nemen en naar mijn lichaam-dat er serieus genoeg van had- te luisteren en onopgemerkt het stadium uit te joggen.
Vijf kilometer lopen in tien weken tijd, het is niet voor mij weggelegd. Doe maar een uurtje Victoriaanse preutsheid wegwiegen in de dansles en achteraf bijpraten op café. Een atletisch lichaam zal ik daarvan niet krijgen, maar het is de aanhangers van Evi en co van harte gegund! Cheers!
Sommige dingen winnen aan kracht als je ze samenvoegt. Denk maar aan Brangelina (as in Brad Pitt plus Angelina Jolie), beiden al A-listers maar sinds ze naast het witte doek ook het bed, een juwelenlijn en een hele resem kids delen, werden ze pas echt paparazzi-goud. Hetzelfde geldt voor vanille ijs en chocoladesaus of voor een leuke blouse en een – 50 % kaartje. Het huwelijk tussen de jeans en de legging, de zogenaamde jegging, heeft dus in theorie heel wat potentieel om tot een succesnummer uit te groeien. In theorie, want in de praktijk blijkt dat deze kruisbestuiving enkel leuk staat bij vrouwen die, zelfs zonder hoge hakken, op stelten lopen.
Mijn tienerzusje en ik trokken tijdens een middagje stadlopen elk een exemplaartje aan, ‘gewoon, voor de lol’, vulde ik snel aan toen na een glimp van mijn spiegelbeeld op te vangen meteen doorhad dat een trio’tje van mezelf, de legging en jeans zelfs geen one night stand overleeft. Op het strakke tienerlijfje van mijn zusje zag die hippe jegging er plots heel wat minder idioot uit. (met een steekje van jaloezie tot gevolg) Klein detail: het arme kind was herstellende van klierkoorts én haar eerste gebroken hart, wat wonderen doet voor je figuur maar het leek me vanuit pedagogisch opzicht beter om die informatie niet met dat jonge zorgeloze hipperdje te delen. Terwijl ze goedkeurend naar zichzelf in de spiegel keek, fantaseerde ze luidop op welke fuif haar jegging zijn blijde intrede zou doen en met welk topje die heugelijke gebeurtenis gepaard zou gaan. Op een fuif (of eerder: een party in een club) zou je mij niet zo snel betrappen in dat broekje met de allure van een jeans maar met de geloofwaardigheid van een panty met hoogheidswaanzin. In het uiterste geval trok ik hem aan tijdens de pilatesles, maar dan enkel op de dagen waarop de goddelijke instructeur (denk aan Sting in zijn jonge jaren!) er niet was. De jegging van mijn zus belandde in een boodschappentasje, mijn exemplaar stuurde ik zonder genade terug naar het rek.
De jegging lijkt me niet meer dan een kortstondig verstandshuwelijk tussen een blijvertje zoals de jeans en een grilletje zoals legging. Vroeg of laat vraagt de jeans de scheiding aan, en hopelijk krijgt die het huis en de kinderen. En mij er bovenop.
‘Een vrouw die van kapsel verandert, is een vrouw die op het punt staat van leven te veranderen’ aldus Coco Chanel.
Een gedachte die ontstond in de geest waar ook de little black dress, het tweed jasje en de ‘garçonne-look’ hun oorsprong vonden. Geen enkele reden dus om aan de waarde van haar woord te twijfelen. En zo belandden drie vriendinnen naast elkaar in de kappersstoel. Vriendin 1 zette net een definitief punt achter haar veel te lang aanslepende knipperlichtrelatie. Ze ruilde haar weelderige blonde manen in voor een hedendaagse coupe à la Cleopatra. Terwijl de goudblonde plukjes haar zich rond de poot van de stoel verzamelden, welde een stiekeme traan op in haar ooghoek. Ze glimlachte dapper naar haar spiegelbeeld en ik vroeg me af of de tranen voor haar doodgebloede relatie of voor haar nieuwe kapsel bestemd waren.
Vriendin 2 had eindelijk ontslag genomen en beëindigde daarmee een jarenlange klaagzang over onredelijke bazen, de onmenselijke werkdruk en collega’s waarvan je spontaan moordfantasieën krijgt. Ik was uiteraard fier op de gedurfde keuze van mijn vriendin, vooral in deze onzekere tijden, maar ergens ook opgelucht omdat geen enkel verhaal nog met: ‘je gelooft nooit wat er vandaag op kantoor gebeurde’ zou beginnen. Want ik kon het vervolg vreemdgenoeg wel raden en onze koffie- of cocktailmomenten werden er niet bepaald vrolijker op. De kapper knipte met elke knip een stukje frustratie weg en een ‘coupe soleil’ bracht de zon weer in haar leven.
En ik? Tjah, ik stond niet meteen op een kruispunt in mijn leven. Alles kabbelde rustig verder en het lukte me al een tijdje wonderwel om dramasituaties, waar ik vroeger met een aanloopje insprong, te omzeilen. De trieste waarheid was dat mijn bad hair days de afgelopen weken een chronisch verschijnsel waren geworden. Mijn haren waren met geen ionen verspreidende haardroger, schroeiend hete stijltang of chemisch goedje in bedwang te houden. Enkel een dot bovenop mijn hoofd geflankeerd door honderden schuivertjes en een flinke spuitsessie met haarlak brachten even soelaas. Eigenlijk behoort een bezoekje aan de kapper gewoon tot een van mijn favoriete activiteiten. De frisse shampoos, de ervaren vingers die je hoofdhuid masseren en het hypnotiserende geluid van de haardrogers, citytrip richting hemel. Plus, een kappersbezoek doet wonderen voor je gemoed, alle kapselblunders buiten beschouwing gelaten uiteraard. Twee uur later stonden we met zijn drietjes te blinken op straat: vers gekapt, hoog gehakt, goed gemutst en klaar voor een nieuw leven. En voor een nieuw paar schoenen, Chanel schoenen als het even kan...
Ook al is het ondertussen bijna vijf jaar geleden, ik herinner het me maar al te goed. De avond waarop mijn eerste serieuze vriendje me via sms meedeelde dat onze tijd samen voorbij was. Ik wist niet wat ik het ergste vond: het feit dat hij me zonder enige aanleiding ( want was ik niet altijd even lief, charmant en grappig?) voor de voldongen feiten stelde, of dat hij de moderne technologie inschakelde en het einde van onze relatie met het laffe gebiep van een gsm aankondigde. Hij degradeerde meteen van Grote Liefde naar de Grootste Eikel die ooit mijn leven binnen wandelde. Na een woede-uitbarsting rolde ik in een tranendal waar ik pas na maanden én dankzij de hulp van Volgend Vriendje uitklauterde. Achteraf beschreef ik hem vaak als “het accessoire van het moment”: leuk aan je arm maar net als een it-bag of een paar must-have schoenen had hij een beperkte houdbaarheidsdatum.
Onlangs stond hij na al die jaren plots voor mijn neus, in een club en met een drankje in de hand waarvan ik vermoedde dat het niet het eerste van die avond was. Zelf had ik ook al enkele cosmo’s achterovergeslagen waardoor onze reünie net iets hartelijker verliep dan nodig. Voor iemand die ik vijf jaar eerder als een toenmalig hip accessoire bestempelde zag hij er nog steeds zeer patent uit. Het voelde een beetje zoals het terugvinden van dat verloren gewaande handtasje waar je zo dol op was. Toen namen de cosmopolitans het denkwerk over want ik vroeg me af of, net zoals in de modewereld, ook bepaalde mannen na een periode van afwezigheid terug ‘in’ kunnen zijn. Een beetje zoals die ‘brede schouders’ trend dus. Wat volgde was een aaneenschakeling van herinneringen ophalen, lachsalvo’s afgewisseld met omhelzingen die intiemer en intiemer werden tot ze in een kus eindigden. Daarna fluisterde hij de woorden waar ik tijdens mijn verblijf in het tranendal zo naar smachtte: ‘where did we go wrong?’ Even denken, het feit dat hij me keihard dumpte misschien? Om mijn gloriemoment niet te verpesten hield ik die bedenking voor mezelf. Want als ik heel eerlijk ben moet ik toegeven dat hij me ook dit seizoen weer beeldig staat. Of het een voorbijgaande trend zoals de ‘bunny ears’ of een klassieker in wording zoals de Brilliant van Delvaux is, zal na de volgende modeweken duidelijk zijn. Tot die tijd zijn we samen weer helemaal en vogue.
Zolang die aardige weerman het niet officieel meedeelt, blijf ik de komst van de herfst hardnekkig ontkennen. Langzaam verkleurende bladeren, stiekem korter wordende dagen en langer wordende rokjes, hier en daar een jasje op het terras-ik spotte dit weeked zelfs al bontjasjes op straat!!... ik deed maar al te graag alsof ik het niet zag. Zoals een vrouw die heel hard blijft geloven dat haar allerliefste écht wel overwerkt, ook al komt hij geurend naar overspel thuis, wil ik geloven dat de zomer me trouw blijft.
Tenminste tot zijn officiële einde op 21 september, lijkt me een eerlijke deal, niet?
Augustus was hart -en huidverwarmend en hielp me zelfs vergeten dat mijn roze koffertje de hele zomer ongebruikt bovenop de kast bleef liggen. De laatste dag van augustus gloeide nog na in mijn herinnering toen ik, een beetje verfrommeld door de nacht, de gordijnen opende en met wanhopig gejammer vaststelde dat mijn geliefde zomer werd weggespoeld door een eerste hardnekkige najaarsbui. ‘Nieuw schooljaar, nieuw seizoen’, moeten die cynische weergoden gedacht hebben.
Wat is het toch met de zomer, dat het afscheid telkens zo moeilijk maakt?
Als je het mij vraagt is het antwoord eenvoudig: het is de zon, het bronzen kleurtje, de frivole bikini’s, de blote voeten in het gras of in het zand, het zoute water op je huid, de festivals, de terrasjes, de parapluutjes die enkel hun nut bewijzen in je cocktail, de barbeques, de geur van zonnecrème, fluitende vogels, de bloeiende bloemen, de vakantieliefdes, de vlinders die als rozenblaadjes op je pad landen, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
‘Ach, wees toch eens niet zo dramatisch’, zei een vriendin toen ik ook haar op de hoogte bracht van mijn gebroken zomerhart. ‘Je krabt nog steeds aan die jeukende muggenbeten, je iPod overleefde een dagje zee niet, je was na slapeloze nachten door de hitte echt niet om aan te spreken en mag ik je erop wijzen dat je meer bikini-stress had dan zenuwen voor welk examen dan ook?’ Stuk voor stuk voldongen feiten waar ik moeilijk iets tegenin kon brengen. Dan maar nonchalant van onderwerp veranderen door heel druk door het heerlijk dikke modenummer te bladeren. Om de intrede van de herfst kon ik niet meer heen. Snel raakte ik afgeleid door leuke regenjasjes, wollige sjaals, schattige mutsen, stoere laarzen en must-have outfits die stuk voor stuk geen zomerse temperaturen tolleren. Misschien, heel misschien, zou een kleine tot middelgrote shoppingspree de pijn kunnen helpen verzachten. Want met de juiste nieuwe kleerkastbewonders ben ik wel bereid mijn best te doen om er een Fab Fall van te maken. Maar tot die tijd, zomer en zinder ik dolgraag nog even na!

Nieuw commentaar