Skip to main content

HOME / BLOG

Ik heb iets met muzikanten. Geen idee hoe dat komt, maar gelukkig heb ik vriendinnen die daar prachtige theorieën over kunnen ontvouwen. 'Je wil dat kunstzinnige gen aan je kinderen doorgeven' beweert eentje. Een andere houdt het meer down-to-earth, iets met getrainde vingers enzo.

Ik kan het maar moeilijk met hen eens zijn. Omdat ik niet als een volleerde Pamela des Barres alle optredens afschuim om de zanger te versieren. En alvast een optie neem op de drummer. Nee, ik leer mijn vriendjes kennen op de reguliere plekken: op café, op een feestje, zelfs een keertje -hoe cliché- in de trein. Pas na enkele gesprekken valt het meestal: ik ben gitarist (vrij te vervangen door drummer, dj, zanger, bassist of human beatbox). En dan loopt het gewoonlijk ook fout.

Want er zijn heel wat voordelen aan een muzikale affaire, al situeren die zich vooral op het gebied waar er gratis drank te versieren valt. In praktijk blijken de nadelen op te wegen: muzikanten hebben altijd een prachtexcuus om afspraken niet na te komen (sorry schat, ik moet écht gaan repeteren), en met de ongrijpbare muze 'de muziek' is het nogal moeilijk concurreren, zelfs met killer heels en rode lippen. Bovendien blijken de meeste muzikale talenten in mijn kleine stadje elkaar nogal goed te kennen, wat toch enige schade kan toebrengen aan je reputatie.

En toch. Kom ik er af en toe weer eentje tegen. En weet ik dat het slecht afloopt als hij zegt: kom je volgend weekend niet naar mijn optreden kijken? Maar dan denk ik aan mijn toekomstige kinderen, die misschien toch maar iets muzikaals moesten meekrijgen. Of zou het dan toch aan die vingers liggen...


‘Over die verliefdheid,’ zei een vriendin me gisteren, ‘een goede raad: niet onderdrukken. Doe er wat aan. Zeg het hem.’ Ik knikte en mompelde iets van van ‘jajammhweetniet..’ en ging maar snel weer verder met koken. ‘Maar je wéét hoe ik ben,’ verdedigde ik mezelf. ‘Ik ben verschrikkelijk slecht met confrontaties. Ik kàn het niet.’ Mijn vriendin schonk nog wat wijn in en keek me, een beetje medelijdend, aan. ‘Je moet er wat aan doen. Echt.’ En ik nam me voor dat ik het daadwerkelijk ging doen. Mijn liefde verklaren, aan hem. Net zoals ik dat van plan was vorige week. En de week daarvoor. En al die keren dat ik zijn nummer begon te toetsen, maar dan toch niet op het groene telefoontje durfde te drukken. Ik had me lang achter mijn angst voor confrontaties kunnen verstoppen, maar dit werd een beetje belachelijk. Vooral als je bedenkt wat er onlangs gebeurde, toen ik op het vliegtuig zat, op weg naar huis.

Tijdens die vlucht begon het toestel behoorlijk raar te doen, al van bij het opstijgen. Het ding begon namelijk al weer naar beneden te vallen. Niet dramatisch, we zijn niet neergestort, maar de luchtzakken die we door moesten waren voldoende om me de schrik van mijn leven te bezorgen. Mijn hart stopte, ik greep de hand van mijn vriendin die met me op dat vliegtuig zat en die mijn trillende hand met graagte fijnkneep, en ik dacht:’als ik nu neerstort, is het voorbij. Dan zal ik het hem nooit kunnen vertellen. Wat jammer. Wat een fucking kut zonde. Als ik hier ooit levend uitkom, dan ga ik het hem zeggen, wat de uitkomst ook mag zijn.’ Drie uur later landde het vliegtuig zonder problemen, en begon ik met het maken van mijn plan. Want als hij de enige is aan wie ik denk op het moment dat ik denk te sterven, dan is het duidelijk tijd voor actie!

We zijn nu welgeteld drie weken, en vijf kansen op een bekentenis verder. Blijkbaar zorgt een bijna-dood-ervaring (als ik dat gedaal tijdens het stijgen van een vliegtuig ervaar als bijna-sterven, telt het als bijna-dood-ervaring) er helemaal niet voor dat je al sneller je stoute schoenen aantrekt en even gaat zeggen: ‘hey, Ik word misselijk als ik je onverwacht zie, en ik krijg buikpijn als ik weet dat je zal langskomen. Ik moet huilen nadat je vertrokken bent en dankzij jou kan ik niet slapen of eten. Kortom, ik denk dat je de man van mijn leven bent, en ik ben erg verliefd op jou, en ik vond dat je dat moest weten. Ook al kan je nu mijn hart grijpen, het in stukjes smijten en er nog wat op gaan springen ook. Het maakt niet uit, zolang ik het maar weet. Want ik wil die onzekerheid niet meer.’

Blijkbaar maakt het wel uit, en heb ik maar besloten dat ik nog best even met die onzekerheid kan leven. Want het is best eng om je hart daar zo open en bloot te laten bengelen. En jongens zijn vaak onhandig, hoe kan je hen nu zo’ n meisjeshart toevertrouwen? Misschien vertel ik het wel binnen een week of twee, als het écht niet meer kan… Hoelang kan een mens nu weer zonder slaap overleven?


...that’s the question, na bijna vier jaar samen. In die tijd hebben we zo goed als alle relationele stadia doorlopen – van de veel te krappe eenpersoonsstudio moveden we naar een ruimer huurappartement dat al snel ingeruild werd voor een eigen bescheiden gezinswoning en de eerste baby zit intussen al in de kruipfase - alleen dat trouwboekje ontbreekt nog. Ik wil wel. Hij ook. Hij heeft me zelfs al gevraagd, toen we op een avond romantisch in de zetel zaten. Alleen niet officieel - en op die ring wacht ik ook nog steeds. Maar soit, we zouden gaan trouwen. Op een dag. Cool! Alleen komt het er niet van. Zoals het er nu naar uitziet wordt het weer zo’n langetermijnplan, genre, ‘Schat, we moeten eens de binnendeuren schilderen.’

Het ligt ook wel voor een stuk aan mij hoor. Ik heb altijd verkondigd dat trouwen niets voor mij is. Ik ben nu eenmaal niet het type roomsoezige bruidje dat al sinds haar Barbietijd droomt van haar big day. Al dat georganiseer zie ik gewoon niet zitten. Een jaar voorbereiden, plannen, stressen en onvermijdelijk ruziën voor hooguit één dag, no way! Limo’s of koetsen? Bryan Adams of Céline Dion voor de openingsdans? Viergangen of een groots Breugheliaans buffet? Ik heb al op voorhand een indigestie. En dan is er nog DE vraag: wat moet ik aandoen? De eerste bruidsjurk die ik graag zie, moet nog gemaakt worden. Trouwens, als ik er zo over nadenk, heb ik aan de meeste huwelijksfeesten vooral ‘liever zij dan wij’-gevoelens overgehouden. Zo’n tot in de puntjes georkestreerde ceremonietoestanden, jakkes! Daarover zijn we het alvast eens. Het moet kleinschalig blijven en vooral geen fortuinen kosten, want we zitten nog met verbouwingen. Maar hoe het dan wel zou moeten, daar geraken we niet uit.

Gisteren kregen we ineens de ingeving om ‘het’ stiekem te doen, zo’n beetje op z’n Las Vegas’; gewoon twee toevallige voorbijgangers strikken als getuige, volmondig ‘ja’ zeggen voor de Schepen van de Burgerlijke Stand en hop onze handtekeningen zetten. Dan zouden we onszelf trakteren op een dinner by candlelight en daarna als echte jeunes mariés ‘vroeg gaan slapen’. Niemand zou het ooit te weten komen, het zou ons geheimpje blijven. Hoe romantisch is dat?! En gewaagd. En haalbaar. Maar zo triviaal als een nieuwe identiteitskaart gaan halen. En daarom toch maar niet. Want ik wil er op zijn minst mijn en zijn ouders bij en mijn broer en schoonzussen. Maar dan moeten we ook wel de grootmoeders vragen, en de tantes, de nichten en neven, en zeker mijn beste vriendin want zij had mij toch ook op haar trouw uitgenodigd… Aargh! En zo zijn we terug bij af. “Een baby is toch het ultieme boterbriefje?”, is momenteel ons lievelingsexcuus. Maar wie weet,op een dag…



'Ja, we hebben gekust, So? Wat wil dat nu zeggen?' Niks, zo denken mijn vrienden en ik erover. Zolang jij niet in een relatie zit, en hij/zij ook niet, maakt het allemaal niks uit. Van die ene leukerd op het feestje die je toch nooit meer zal zien, tot je homoseksuele beste vriend, waarvan je weet dat hij het ook gewoon leuk vindt, en niets meer. Kussen is als een drankje, foute muziek met veel te luide beats en erg hard dansen: het hoort gewoon bij een feestje. Of bij een avondje op café. Of een vakantie met je beste vriendin. Of een citytrip met ex-klasgenootjes. Of een fout bedrijfsfeest. Het maakt niks uit, wij draaien onze hand er niet voor om.

Althans, tot voor kort. Want daar waar ik meestal mijn hoofd (en hart) niet gek laat maken door 'gevoelens' en 'verwachtingen', lijkt mijn dichtgemetseld muurtje stilaan af te brokkelen. En ik vind het nog leuk ook! Het maakt me niks uit dat ik niemand meer kan kussen, dat mijn 'vrije liefde'levenshouding plots onwennig voelt. Want, ook al weet hij het niet, en ook al zal het waarschijnlijk toch niks worden, ik ben verliefd, en verliefd zijn is nog steeds de beste remedie tegen verkoudheden, het beste dieet dat er bestaat, en de meest doeltreffende mooimaker ter wereld. Nog nooit heb ik zo vaak te horen gekregen dat ik er 'toch echt goed uitzie', mijn zin in snoep, taart, en zowat alle andere voedingsmiddelen is gereduceerd tot nul, en de gigantische hoeveelheid snot in mijn hoofd verhindert me niet om alsnog vrolijk fluitend door het leven te stappen. Ik wist eerst niet zo goed wat er met me aan de hand was, tot ik besefte dat het, na al die jaren, nog eens zo ver was: de vlinders hadden me weer te pakken gekregen. De smeerlappen. Na dat besef bedacht ik me dat ik twee opties heb: ik biecht mijn gevoelens op aan de persoon in kwestie, bereid me voor op een harde afwijzing, en raap, na afgewezen te zijn, de stukjes van mijn hart weer op, en probeer ze weer in elkaar te puzzelen, in mijn eentje aan mijn keukentafel (meligheid is nog steeds de meest irritante bijwerking van verliefdheid). Of ik negeer het feit dat ik effectief iets kan doen met die gevoelens, idealiseer het object van mijn affectie compleet en leef op een roze wolk tot het gedoe weer voorbij is, en ik weer nuchter door het leven kan. Optie twee lijkt me het meest aangewezen, ontkenning is niet voor niets een van de dingen waarop ik mijn leven baseer. Bovendien hoor ik nagejaagd te worden, zijn mannen geen jagers met killerinstinct (of hoe zat dat ook alweer)? En hou ik er niet van om het heft in eigen handen te nemen. Of afgewezen te worden. Ik wil alleen genieten van de voordelen. En van het feit dat ik al twee weken niet gescrubd heb, en mijn huid toch babyzacht aanvoelt en ik bovendien al twee weken geen boodschappen heb moeten doen. Wat nu economische crisis?


Vooraf even dit: ik ben niet zo'n type vrouw dat begint te zwijmelen bij Sean Connery, Tom Cruise of godbetert Koen Wauters. No way. Het aantal celebheren die mij een draai in de maag kunnen bezorgen, beperkt zich tot twee. En één van die twee is Clooney. George Clooney. Georgeous George.

Vraag me niet waarom. Of vraag me wel waarom. Maar reken er niet op dat je een antwoord krijgt. De Clooney-kracht zit 'm niet in de kleur van zijn ogen, de vorm van zijn linkeroor, de lengte van zijn manen of de spieren op zijn onderarmen.

Nope, George is gewoon George. Afin, ongewoon George. Want zoals George, mijn George, zo zijn er geen twee.

Boos was ik dus, deze week - of was het de vorige? - toen ik zo'n paar mediapipo's hoorde opperen dat Kris Peeters de Vlaamse George Clooney zou zijn. Wegens hier en daar een fluwelig trekje dat onder die heel sterke microscoop weleens hetzelfde zou kunnen zijn: "die blik, wacht ja, zo, als ie zo kijkt en die schaduw daar zo op zijn gezicht laat vallen, waaaw!"

Bulshit. Kris Peeters is een Vlaamse verkavelingsman die op zondag naar de bakker gaat om goedgebakken pistolets, die 'en famille' in het soort meubelboulevard-salon gezellig zit te wezen en die er nog niet zou aan denken om met in toevallig ontbloot bovenlijf en van die sexy caterpillar bottines naast hem een of ander rapport te lezen.

Kris Peeters is een familyman van het vlakste soort, een middenstander met gladde streken. En zo'n middenstandse familyman is niet georgous. Laat staan sexy. Clooney is singlesexy, is 'ik geef je het gevoel dat ik je kan krijgen maar vergeet het' sexy, 'ik ben een lonely runner' sexy, of 'ik heb een intrigerende ziel' sexy. Niets. Niets van dat alles is ook maar een beetje van toepassing op de man wiens naam ik hier zelfs niet meer ga noemen.

Sorry, maar dat moest er even uit.


Al twee jaar en drie maanden loop ik rond met een stevige snor. Niet zo eentje van de harige soort, maar wel een ‘pigmentsnor’ oftewel een hardnekkig uitlopertje van het zwangerschapsmasker. Een gevolg van losgeslagen hormonen blijkbaar, waardoor er pigmentophopingen ontstaan die - in tegenstelling tot je egaal gebruinde velletje - na de zomer weigeren om de aftocht te blazen.

Als ik in de spiegel kijk, zie ik achtereenvolgens Nietschze, Zorro en Adolf Hitler de revue passeren. Ik had er mijn omgeving reeds herhaaldelijk attent op gemaakt, maar niemand leek zich eraan te storen. Sterker nog: die snor zou een product zijn van mijn verbeelding. Tot ik op een dag voorbij het schoonheidssalon in de straat loop en de bezorgde uitbaatster mij vanaf de overkant naar binnen roept. “Ik zie je hier elke dag passeren op weg naar de parking”, vertrouwt ze me toe. “En ik wil je maar laten weten dat ik voor je probleempje (met wijds gebaar onder haar neus) een erg efficiënte oplossing heb.”

Zij kan dus pigmentsnorren spotten vanop vijftien meter afstand. Iets waar mijn vriend zogezegd vanop drie centimeter niet in slaagt.

Blijkt dat ze mijn moustache in enkele seconden tijd weg kan laseren, sterker nog, ze wil er zelfs geen geld voor. Ik mag het als een ‘burendienst’ beschouwen. Of ik nu mijn snor laat laseren of een sixpack eitjes kom lenen... Ze ziet het verschil niet. Lang leve het buurtgevoel!

Inmiddels is het vijf dagen geleden dat ik me aan haar deskundige handen heb overgeleverd en ik meen al enige verbetering te bespeuren. Mijn entourage (hetzelfde entourage dat enkele weken geleden niet eens een snor kon bespeuren...) is dezelfde mening toegedaan. Over drie weken mag ik teruggaan voor een tweede behandeling en mijn buurvrouw meent dat ik na drie behandelingen wel van mijn probleempje (alweer dat wijdse gebaar onder haar neus) verlost zal zijn. Wordt vervolgd.


Het gaat niet goed met de economie, zo wordt gezegd. Sommigen klagen er zelfs over, meer bepaald enkele van mijn vrienden met een eigen restaurant: de eerste slachtoffers van een collectieve buikriemaanhaling.

Niet dat het aan mij ligt. Ik heb een groot hart en ben gezegend met de gave een slinkend saldo op mijn rekening snel te vergeten. Op vrijdagavond gaat mijn steun dan ook volledig naar de dupes van de recessie: voorgerechtje bij de ene, hapje bij de andere en dit alles overgoten met respectabele hoeveelheden wijn. Zaterdagmiddag word ik wakker met een lichte hoofdpijn. En zie ik dat ik alle lichten heb laten branden.

Na een douche gaat het beter met mijn hoofdpijn, maar stuit ik op een ander probleem: niets, maar dan ook absoluut niets, om aan te doen. De stad in dus, waar ik al snel de jurk van mijn dromen zie hangen. En ook laat hangen wegens onbetaalbaar. Ter compensatie plunder ik de H&M, om tot de conlusie te komen dat dit vestimentaire equivalent van een vreetbui me ongeveer evenveel heeft gekost dan de jurk in kwestie.

Zaterdagavond. Niets zo vervelend dan thuis zitten met nieuwe kleren, tenzij je muren hebt die je spontaan complimentjes geven. (Sommigen halen daar een man voor in huis, ik ben nog niet in dat stadium). Gelukkig is er een jarige vriendin met feestje, maar daar kan je weer niet met lege handen aankomen. Ik doorzoek mijn hele appartement, maar het enige dat als cadeau in aanmerking komt is een fles champagne, nét iets te duur eigenlijk. Ach ja.

Zondagmiddag brandt alweer het licht wanneer ik wazig wakker word, plots zie ik ook de rekeningen op mijn kast weer liggen. En ik bedenk me dat ik mijn levensstijl toch nog niet helemaal heb aangepast aan de economische crisis. Gelukkig maar dat ik niet al te veel spaargeld heb.


Ik zat er alleen, in café Zebra. In Brussel. Een paar dagen geleden. Niet dat ik dat nooit doe, alleen op café gaan. Integendeel. Als je solo door het leven gaat, kom je op wel meer plaatsen solo, dus ook op café, dat spreekt. Meestal doe ik het met een boek, een cappuccino ernaast en pakje weekendsigaretten erbij. Die laatste voor die momenten waarop ik effe geïntrigeerd door de ruimte staar en check wat voor mensenvlees het café zoal in de kuip heeft.

Deed ik dus ook in de Zebra. En terwijl ik mijn Philip Morris Number One leegzoog, viel mijn oog op een soloman die achter het hoekje verstopt zat en duidelijk net hezelfde aan het doen was. Boek op zijn tafeltje. Sigaret in zijn mond. Witte wijn ernaast.

Onze blikken kruisten elkaar. Bleven effe hangen. Gingen terug naar het boek. Zelfde scenario bij de volgende leespauze. Af en toe ook bij het lezen. Even opkijken van een bladzijde, toevallig in die richting. Tegelijk voerde ik de sigarettenpauzes op. De rook tussen ons werd dikker. Zijn contouren dus vager. En mijn fantasieën dus ook mooier.

Als dit Sex and the City was, zou hij nu met een verrassende quote ("Hi, iemand je al verteld dat dat boek van jou je on-ge-loof-lijk goed staat?" bijvoorbeeld) aan mijn tafel opdagen en zouden we in geen tijd de lakens delen. Zonder veel extra woorden.

Brussel is echter New York niet. Damn.

Niet dat ie zo knap was. Uiteindelijk. Zag ik, toen de rook om zijn hoofd was verdwenen.


Stel dat je, vrijheid blijheid, al vrijgezellerig genietend door het leven gaat. Je flirt graag, gaat graag uit, drinkt al eens graag een glaasje en hoeft helemaal met niemand rekening te houden. Onenightstands zijn oké, want iedereen heeft nu bepaalde noden die op tijd en stond bevredigd dienen te worden. Klinkt allemaal leuk, independent woman enzo. Maar wat als je nu na zo'n onenightstand plots rare dingen begint te voelen, en als plots die maandstonden niet meer zo regelmatig komen. of al helemaal niet. Wat als je denkt: hey, misschien ben ik wel zwanger, en dat van die kerel die duidelijk niet volwassen is, niet weet wat ie wil en soms een echte eikel blijkt te zijn. Geen paniek, want je kan het baby'tje altijd laten weghalen (wat klinkt dat plots gemeen). Maar wat als je - je wordt al wat ouder, hebt een eigen appartementje, auto en een vaste baan - niet meer zo goed weet of je die stap kan zetten om effectief een abortus te laten plegen.

Wel, dan heb je een beetje een probleem. Meer precies: ik had een beetje een probleem. Ik had seks gehad met iemand waarmee ik geen seks had moeten hebben. Zo iemand waar je achteraf van denkt: dat was nu niet bepaald een goed idee. Maar goed, zoiets kan al eens gebeuren, en na wat genante flashbacks, hoef je aan zo'n nachten niet meer terug te denken. Behalve als je plots dreigt zwanger te zijn van die persoon. De eerste weken kan je die angstgevoelens nog de kop indrukken, maar na een tijdje begint de onwetendheid behoorlijk te knagen. Vooral als je op een feestje aan je zoveelste glaasje wijn nipt, en je eigenlijk ook niet goed weet hoe lang je naar zo'n abortuskliniek kan. Je huisgenootje zal het ook niet erg leuk vinden als er plots een jankende baby op het toch al niet zo grote appartementje ligt, en hoe moet ik alles betalen, want kinderen kosten handenvol geld, dat weet iedereen! Tel daar nog eens een collega bij die er plots over begint dat ze denkt dat ze zwanger is, en je hebt alle ingrediënten voor een potje paniek.

Tijd voor een zwangerschapstest, denk je dan. Maar daar waar ik anders altijd met mijn grote mond sta te verkondigen dat het toch de normaalste zaak van de wereld is dat mensen zoiets vragen in een apotheek, durf ik plots niet eens zo'n apotheek binnenstappen. Pas na drie tochtjes naar de stad (en terug) durf ik binnenstappen, vraag ik 'een zwangerschapstest, alsjeblief' en kijk ik erbij alsof ik er heel blij mee zou zijn mocht dat ding positief blijken te zijn. De apotheek bekijkt me alsof ik een onwetende trien ben die weer eens geen voorzorgsmaatregelen heeft genomen (wat maar gedeeltelijk klopt) en maakt me ook nog eens €16 (!!) afhandig voor die test. Ik bel voor ik de test neem nog even naar een vriendin, morele steun kan je op zo'n momenten nooit genoeg hebben, en geef toe dat ik niet weet wat ik zal doen als ik toch zwanger zou blijken. Want hoewel baby's niet in mijn 'levensplan' passen, voel ik de laatste maanden toch een warme gloed bij het zien van baby's en verlang ik stiekem naar een eigen baby later. Ieuw, ik weet het, maar ik kan mijn moederinstinct nu eenmaal niet tegenhouden.

De test is negatief. En hoewel ik heel opgelucht ben (levensplan! foute man! zwangerschapskilo's!) voel ik een klein steekje, diep vanbinnen. Want een baby is zo klein, en schattig. Tot ik me bedenk dat ik dan iedere nacht zou moeten opstaan, en massa's geld zou moeten spenderen aan pampers en andere dingen die die kinders nodig hebben. Nee dankjewel! En ik vierde mijn niet-zwangerschap met een groot glas wijn.


Twee twintigers, twee dertigers en een veertiger, samengegooid in een slakom, met een pittige dressing en wat sappige weetjes erbij. Generations: The Real Life. Altijd verrassend, nooit saai. Want een ELLEvrouw weet hoe het leven up te spicen.

Labels

Maa Din Woe Don Vry Zat Zon
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30      
Voeg ELLE.be toe aan je favorieten

Info en tips ELLE.BE

Join us !