Skip to main content

HOME / BLOG

Ik had het nooit goed begrepen, hoe dat precies zat met vrouwen en ziekenhuisseries. Van E.R. tot Grey's Anatomy: niet meer dan wat witte jassen en stervende patiënten die als decor dienen voor de onderlinge verhoudingen van het ziekenhuispersoneel. Dokter doet het met verpleegster, verpleegster bedriegt dokter en ondertussen worden er nog enkele harttransplantaties en beenmergpuncties uitgevoerd. De dokters mochten nog zo knap zijn en nog zoveel levens redden met hun zongebruinde handen - ik kon er niet warm of koud van worden. En zapte weg vanaf het moment dat er een scalpel op mijn scherm verscheen.

Onnodig te zeggen dat ik dan ook weinig enthousiast was toen mijn omgeving met House M.D. kwam aanzetten. Drie seizoenen ziekenhuisreeks- no thank you! Maar men drong aan en de volledige box belandde in mijn kast, waar hij vervolgens maanden bleef staan. En er pas uitkwam toen een kwalijke verkoudheid mij tot de zetel veroordeelde en ik uit verveling de wedervaren van dokter Greg House en zijn team begon te volgen. En toegegeven, na enkele afleveringen verkocht was. Want, zo maakte ik mezelf wijs, dit was geen typische ziekenhuisreeks - de medische gevallen waren serieuze kwesties, niet zomaar wat gebroken armen en benen. Het hoofpersonage House is geen George Clooney of McDreamy, maar een cynische man die op de koop toe nog eens mankt en verslaafd is aan pijnstillers. Geen cliché's dus, maar een reeks van niveau. Ja toch?

Na een aflevering of zes begon het niveau me iets minder te interesseren. Hoe dat nu zat tussen House en de mooie Dr. Cameron, wilde ik weten. En dat Dr. Chase er best knap uitzag, zeker wanneer op hij goddelijke wijze druk bezig was met het redden van een leven. Om van House zelf nog maar te zwijgen, die zo lelijk en cynisch is dat het zelfs sexy wordt. Een beetje jammer vond ik het, toen het beter ging met mijn verkoudheid. Maar het werd tijd om mezelf tot de orde te roepen, want gezwijmel bij witte jassen, daar ben ik te stoer voor. Het zal de koorts wel geweest zijn.

Oh ja, de box heb ik nog steeds niet teruggegeven. Ik denk dat dit ook nog even zal duren. Je weet maar nooit...

Wat de glossies ook mogen beweren: peuters zijn géén cool accessoire. Tot die ontdekking kwam ik tijdens een weekendje weg met het gezin, in een zuiders hotelletje.

De uitbaters hadden ons nog verzekerd dat de peuter geen probleem stelde. Meer nog: onze tweejarige kan indien gewenst gebruik maken van de jacuzzi en net zoals ‘ne grote’ een deugddoende massage genieten. Soit, bij het eerste ontwaken zit het er al meteen tegen. Om 8u30 laat de kleine voor het eerst (zachtjes) van zich horen. Geen geblèr, alleen wat gebrabbel. In de kamer naast de onze horen we de uitbaters luidkeels fulmineren, ramen en deuren worden opzichtig dichtgemept.

Als ze om kwart over tien eindelijk uit hun bed sukkelen om wat ontbijt klaar te zetten, beantwoordt hij mijn welgemeende goeiemorgen met een blik die laat vermoeden dat zijn ega die nacht met een bezemsteel de diepte van zijn achterwerk heeft willen peilen.

"Zo'n ochtendhumeur is toch wel kut als je een Bed & Breakfast runt", mijmeren we boven onze Cornflakes. Maar het probleem blijkt toch iets fundamenteler te zijn. Drie dagen lang zijn we persona non grata en worden we straal genegeerd. Wie schetst onze verbazing als daar plots een horde Vlaamse showbizzgrieten diezelfde B&B komt bevolken. De klootzak tovert meteen een brede lach op zijn gezicht, krijgt testosteron-oprispingen dat het geen naam heeft en zijn vrouw kijkt met lede ogen toe hoe hij een bestofte paringsdans ten berde brengt.

Dat de luidruchtige feestjes doorgaan tot een kot in de nacht en dat er ’s ochtends een plas kots uit de jacuzzi opborrelt, kan hem blijkbaar niet deren. Zo lang de kleine zich maar gedeisd houdt. Bref, peuters zijn dus geen cool accessoire. Volgende keer pakken we zo’n showbizzgriet mee om onze pr te doen.

Met een vriendin op vakantie gaan heeft zijn voordelen, maar ook zijn nadelen. Zeker als die vriendin ervan overtuigd is dat haar billen evenveel vet bevatten als een familiepak frituurolie, dat haar buik drieduizend kwabben ver reikt en dat haar kuiten geen enkele gelijkenis met tentpalen uit de weg gaan, terwijl ze in realiteit op alle fronten niet meer dan een kwart is van jezelf. En neen, niet dat ik zelf als een soort pre-gemetamorfoseerde Margriet Hermans door het leven ga. Niet echt. Normale maten en gewichten, that's me.

Maar bon, dan zit je daar. Samen lol te trappen op reis. En bij elk glaasje rood, slaakt je reisgezel in paniek een "o wee, die calo's!" kreet. Na een stevig ontbijt besluit ze de rest van de dag niks meer te eten. Wijs besluit, maar wanneer ik zelf rond de vieren mijn tanden in een mega stuk kaas zet, er een handvol pruimen en een stuk stokbrood bij sleur, voel ik haar "eigen schuld, dikke bult - met de nadruk op "dik" - in mijn rug priemen.

Dus ja, na dag twee smokkel ik een paar bananen en een lunchyoghurt ongezien mijn kamer in. Wegens geen zin in opgelegde schuldgevoelens. En als ze me op de avond van dag vier vraagt wat ik die namiddag nog gegeten heb, en op mijn antwoord "euh, een appel en wat noten" wijsneuzerig antwoordt "ik niks hoor, gewoon geen honger", ben ik - ik beken - even in de war.

Tot ik op een ochtendwandeling vaststel dat haar onderbenen amper de helft zijn van mijn bovenarmen. En haar hoor zeggen dat we nog twee bergen over moeten om onze calorieën van de vorige avond kwijt te geraken. Dan ben ik ineens heel blij met mijn o zo normale lijf en wens ik alle ano's van deze wereld snel beterschap.

Gisteren keek ik op tv naar een programma over 'Southern Belles', meisjes uit Mississippi en Tennessee en andere zuiderse staten in Amerika waar ze vooral nog veel met ma'am en y'all praten. Meisjes die iedere dag paardrijden, vogels neerschieten, hun haar touperen en tussendoor ook wel eens meedoen aan lokale missverkiezingen. Meisjes die wanhopig worden als ze op hun 24e nog niet getrouwd zijn, en bij eerste dates meteen peilen naar the marriage potential van de man in kwestie.
De meisjes kwamen een beetje over als hersenloze trienen die net iets te veel haarlak gesnoven hadden. Hun vriendjes waren één voor één weggelopen uit een foute catalogus voor ouderwetse herenkleding (type: ik ga vaak zeilen met mijn bootschoenen), met de haren netjes in een zijmeet gekamd. Ze waren allemaal erg 'supportive' voor hun overdressed en oranjebruine vriendinnetjes die nieuwe miss teen carrot farm of zoiets wilden worden, en vonden het niet erg om samen met moederlief mee parelkettingen en extreem lelijke pageantjurken te gaan uitkiezen in de lokale prinsessenjurkenwinkel. Het waren kortom een voor een deurmatjes. Van die jaknikkers die hun gal altijd gelijk geven, nooit tegenspreken en na zo'n vijf jaar huwelijk waarschijnlijk regelmatige klant zijn bij het dichtstbijzijnde whorehouse, pardon my french.

Niet dat ik echt ergens heenwil met dit postje (zo blijkt nu), behalve dan dat ik, na eerst gedacht te hebben 'die crazy Americans uit het zuiden, such morons', besefte dat ik toch ook wel wat mensen ken die in zo'n soort relatie zitten, zaten of zelfs willen zitten. Lekker veilig, en ondertussen maar kijken of er niemand beter langskomt. Relaties waarbij openheid niet belangrijk is en trouw ook niet echt. Relaties die mijn cynische blik op de liefde alleen maar cynischer maken.

Want ik, in al mijn naïviteit, was altijd van de mening toegedaan dat je enkel in een relatie zit met iemand waar je op dat moment van overtuigd bent dat hij -of zij- wel eens de ware kan zijn. Dat je wederhelft iemand is waar je elk moment van de dag én nacht mee zou kunnen doorbrengen, maar dat niet hoeft, omdat je elkaar vertrouwt, en ook kan genieten van het 'ik mis hem/haar zo hard!'gevoel. Dat je enkel samen bent met iemand waar je eventueel nog mee zou willen trouwen. Maar dat ben ik, in al mijn naïviteit. Want het lijkt er niet meer om te gaan naar wie je verlangt, maar om wie je kan krijgen.
Of misschien ben ik te cynisch... Of loop ik al te lang rond in een dichtbegroeid eikelbos om nog andere bomen te kunnen herkennen.

Ik heb er één gezien. Een echte. Vanochtend nog. Een Griekse god, that is. Het gebeurde - where else - in Griekenland. Hij was twee koppen groter dan ik, minstens twaalf jaar jonger. En hij had bizar genoeg een Kway om zijn ongetwijfeld goddelijke lijf. Wat er van dat lijf uit die Kway kwam piepen, was gebronsd. Goudgeel gebronsd. Zoals het een echte god betaamt. En bedekt met van die witte afgebleekte haartjes die smeekten om tegen-de-richting-in geborsteld te worden. Met mijn vingers, dat spreekt.

Oké, ik overdrijf misschien. Of misschien niet?

Anyway, de god in kwestie was de man die in één beweging mijn van veel streetcredibility voorziene reistas - no way dat je mij met zo'n ding op wielen de wereld instuurt, maar soit, dat is een ander verhaal - honderd hoteltrappen omhoog bracht. Minstens twintig kilo zat erin. Outfits voor elke gelegenheid, weet je wel?

In één beweging zat de tas op zijn rug, en ik dartelde erachter. Die trappen op. Ik hoorde mezelf zuchten en puffen. Zag hem dansend richting hemel bewegen. Vroeg me af of hij het hoorde, mijn gepuf. Vroeg me ook af of hij ze voelde, mijn blikken op zijn billen & co.

Boven gaf hij me een hand. ik hem een fooi. Hij mij een paraplu. Ik hem een compliment:"You are so fit". Hij wenste me een goeie terugreis. En ik, ik wenste dat hij stante pede naar de hotelreceptie ging, gekweld door de vraag wie toch die vrouw uit kamer 51 was, mijn adres uit de fichebak zou opdiepen en me tegen het einde van de dag een mail zou sturen.

Dit is het einde van de dag. Geen mail van een god in mijn inbox. Zucht.

Moet een mens daar zo oud voor geworden zijn. Voor dat soort dwaze dromen?

Je wenst het niemand toe, zeker je beste vrienden niet, maar nu en dan komt het voor dat een verloving niet eindigt in een happily ever after-scenario. Helaas overkwam het een vriend van me - vijf jaar geleden werd hij verliefd, twee jaar geleden werd het huis gekocht en de verlovingsring leek een logische volgende stap. Tot zij plots halsoverkop verliefd werd op (hoe cliché) een collega.

Omdat het feest normaal afgelopen zaterdag zou plaatsvinden, reserveerden we vast plaatsen in een restaurant en sleurden we de gedumpte bruidegom mee: je laat een mens nu eenmaal niet alleen op wat zijn trouwdag had moeten zijn. Opgekleed, dassen incluis, zaten we met twintig rond de tafel - op de taart en de bruid na was het net echt. Maar wat een gezellige avond had moeten worden werd vergald door een van de aanwezige lang niet geziene vrienden, die me aansprak en vroeg of ik 'nu nog altijd geen lief had'. Waarop me meteen duidelijk werd waarom ik hem lang niet gezien had.

Want afgezien van het feit dat het gespreksonderwerp nogal slecht gekozen was voor een niet-trouwfeest, leek de gelegenheid net te bewijzen dat zelfs zekerheden als een ring je nog niet kunnen behoeden voor eenzame jaren (om van de nachten nog te zwijgen). Een verbroken relatie is in dat geval een beetje als Monopoly: je moet terug naar 'start', alleen ontvang je geen 100 euro. En wanneer je weer uit de put bent, kom je een ander tegen. Waarmee het dan in het beste geval wat minder slecht afloopt.

Vandaar dat ik ervoor heb gekozen een beetje vertraging op te lopen op relationeel gebied - op het startvakje is het best aangenaam, er lopen heel wat oude bekenden rond en er is ruimte om af en toe iets geks te doen. En, beste lang niet geziene vriend, als ik daar ooit iemand tegenkom die ik in de armen wil sluiten, kan ik er waarschijnlijk toch mijn mond niet over houden. Je hoeft me er dus niet steeds naar te vragen.

Het leek altijd een ver-van-mijn-bedshow. Andere mensen kunnen het misschien krijgen, maar ik ga toch heus geen AIDS hebben? Ook al ben ik single, en was ik niet altijd even voorzichtig. Ook al was die ene keer met die drummer van die ene band, die waarschijnlijk in elke grote stad in Europa een ander vriendinntje zitten heeft. Misschien was het niet zo slim om die ene keer...Misschien is het toch best om eens...Want één keer is genoeg, niet?

In plaats van meteen naar de dokter te bellen voor een afspraak voor bloedafname, deed ik iets anders erg intelligent: ik keek de film Kids. Voor de eerste keer. Over dat meisje dat één keer seks heeft met die jongen die alleen maar maagdjes wil, en daardoor besmet was met het HIV-virus. Resultaat? Na afloop van de film bleef ik verdwaasd achter, en was ik plots heel erg bang om de dokter te bellen. Want het werd wel heel erg echt. Dus heb ik maar meteen een aantal weken gewacht. Een aantal weken waarin ik bijna niet geslapen heb, waarin ik me suf heb gepiekerd over wat ik moest doen als ik toch positief zou testen. Want plots drong het echt door: als je het hebt, gaat het nooit meer weg. Nooit meer. Samen met drie vriendinnen heb ik toen besloten: we gaan nu bellen, een afspraak maken en ons laten testen. Gewoon, voor de zekerheid, solidair als mijn vriendinnen zijn. Ik heb me over mijn angst heengezet, de telefoon genomen en gebeld naar de dokter. En ik ben de eerste die haar resultaten heeft teruggekregen. En alles is in orde. Ik ben kerngezond, én blijk ooit zelfs klierkoorts doorgemaakt te hebben, zodat ik dat nooit meer kan krijgen (handige meevaller). Geen 'vieze diseases' zoals Sylvain van de Clement Peerens Explosition het zou zeggen, maar ik heb mijn lesje geleerd. Ik ben in de toekomst liever safe than sorry.

Er zijn vrouwen met een bos, en er zijn vrouwen met een toefje. Ik behoor tot de laatste groep. Wat op mijn hoofd staat, is het woord "vrouwenkapsel" onwaardig. Te weinig, te dun, te raar. Zucht. Elke keer wanneer ik met blinkende oogjes en een droomkapsel op papier bij een kapper binnenstap, krijg een "mja, maar DAT, met UW haar?! Hmnee. Gaat niet lukken. Waarop mijn oogjes meteen stoppen met blinken.

Sucks dus.

Tot zondag. Want vandaag heb ik mijn spaargeld bijeen geschraapt en dat naar het hol van een dure kapper gesleept. Hem gevraagd of ik er wat zou kunnen bij krijgen. Haren dus. En hij zei: "hmja. Moet kunnen."

Zondag om 14 uur. De ultieme kappersdate. Extensies in de breedte. Niet langer maar dikker haar. En een kapsel à la Cameron Diaz in haar korte haarjaren.

Of die extra haren het leven anders gaat maken? Bet ya'. Vrouwen vallen of staan met hun haren, heb ik intussen geleerd. Ik ben er klaar voor, voor dat staan... Keep you posted!

Ik was zo goed als gesetteld. Op mijn drieëntwintigste. Huisje, tuintje, boompje, geen beestje want daar ben ik allergisch aan. Tot mijn toenmalige wederhelft zo slim was om te beslissen dat het niet zo'n goed plan was. Dat settelen op je drieëntwintigste. En wat ben ik daar, een jaartje later, blij om!

Ondanks het feit dat al een aantal vrienden (van mijn leeftijd, ja) al in het huwelijksbootje zijn gestapt, of dat in de nabije toekomst gaan doen, voel ik absoluut geen behoefte naar dat genest en die bevestiging. De trouwers zien mij uiteraard als een soort van losgeslagen projectiel dat zonder vastgelegde koers rondvliegt in het land der mannen, en eentje vond het onlangs nodig om op te merken dat het toch wel tijd werd, aangezien ik 'al vierentwintig' was, om 'de ware' tegen te komen, en liefst ook meteen richting stadhuis te hollen.

Alsof het helemaal mijn schuld is dat ik single ben! Het feit dat ik 'die ware' nog niet ben tegengekomen, lijkt me maar normaal. Ik heb het namelijk druk, ben niet vaak thuis, en ben nogal snel afgeleid door het volgende project dat voorbijwandelt, zodat het huidige nooit lang in de picture blijft. Ik ben niet van plan om me aan de eerste de beste te binden, en vind dat ik het aan mezelf verplicht ben om het assortiment uitgebreid te keuren.

Bovendien is het toch algemeen geweten dat je eerst van jezelf moet houden, voor je iemand anders graag kan zien. En hoewel het verleidelijk is om in sterke mannelijke armen te duiken, en te denken dat daarmee alle problemen of gevoelens van eenzaamheid zullen weggaan, zo werkt het niet.
'Jij straalt te veel zelfvertrouwen uit, en je bent niet zo'n meisje dat 'gered' moet worden. Jongens vallen niet op sterke vrouwen', zei een vriendin me onlangs. Wel boehoe, als een man het niet aankan dat ik mijn eigen boontjes kan doppen, is hij duidelijk niet de man voor mij. Dus, beste vrienden die gaan trouwen, maak je geen zorgen om mij. Aangezien ik 'zelfvertrouwen' heb en 'mijn eigen boontjes kan doppen', kan ik het singlebestaan heus wel aan.

Uren zit ik naar die foto te kijken. Van Sharon Stone en toyboy Chase Dreyfous. Half zo oud als zij. Vijftig en 25. Wat ik mij dan zoal afvraag?

  • Wat denkt ze wanneer ze zijn onderbroeken tegenkomt in de was?
  • Vraagt hij haar nog of ze aan de pil is?
  • Geeft zij hem soms een zoen op het voorhoofd?
  • Denkt ze soms: ik was 25 toen hij werd geboren?
  • Hebben ze het leuk samen?
  • Zou ik het ook kunnen? Enfin, met een speelgoedjongen van twintig dan, half my age, that is. OMG, denk ik dan, heb je al eens een jongen van twintig gezien? Dats is jonger dan Mika. No can do. Yek.

Twee twintigers, twee dertigers en een veertiger, samengegooid in een slakom, met een pittige dressing en wat sappige weetjes erbij. Generations: The Real Life. Altijd verrassend, nooit saai. Want een ELLEvrouw weet hoe het leven up te spicen.

Labels

Maa Din Woe Don Vry Zat Zon
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30          
Voeg ELLE.be toe aan je favorieten

Info en tips ELLE.BE

Join us !