“Jaa, laat je haar misschien maar best terug groeien. Want oudere vrouwen met kort haar, dat vind ik echt niet mooi. Oudere vrouwen met lang haar, die zijn knapper.” Met stip op één: de meest onnozele reactie op mijn mededeling “Ik denk eraan om misschien mijn haar terug te laten groeien. Om weer een staartje te kunnen maken.” Vijfentwintig jaar oud. En dat krijg ik als antwoord.
“Jongens hebben een beetje schrik van meisjes met kort haar”, vertrouwde vriendinnetje K. me een jaar geleden toe. “Meisjes met kort haar zijn over het algemeen zelfverzekerder, want je moet al lef hebben om je lange haren af te knippen. En jongens worden bang van zelfverzekerde meisjes.” Gelukkig heb ik geen nood aan jongens die bang worden van zelfverzekerde meisjes, en gelukkig wil ik ook niks te maken hebben met jongens die meisjes met een kort kopje al meteen afschrijven. En gelukkig heb ik heel wat vrienden die op tijd en stond een stomme opmerking maakten over mijn nieuw kapsel, zodat ik al snel weer doorhad hoe oppervlakkig en conservatief het merendeel van het mannenvolkje wel niet is.
“Nee, nee, laat je haar maar weer groeien”, vond T., “Met je staartje was je zoveel schattiger (pardon?!).” Om er dan maar meteen een deadline tegenaan te plakken. “Laat ons zeggen dat je weer lang haar hebt vooraleer het nieuwe jaar begint. Anders…” Anders niks blijkt nu, want het nieuwe jaar is al lang begonnen, mijn haren zijn nog altijd kort, en er zijn helemaal geen straffen uitgedeeld door T., die een half jaar geleden nog fanatiek naar een foto van mezelf met een staartje stond te wijzen. Misschien ook omdat T. en ik helemaal niet meer zo goed bevriend zijn, al weet ik niet goed of mijn kapsel daar wat mee te maken heeft. Al blijkt het wel handig, zo’n korte coupe als afweermechanisme voor slome kerels met prehistorische ideeën over de vrouw (denk lange wapperende bruine haren, type onschuldige girl next door).
Gelukkig zijn er heel wat mannen die het wel kunnen appreciëren. “Normaal vind ik kort haar echt maar niks, maar bij jou vind ik het sexy”, een stelling die S. beargumenteerde door me meteen stevig te kussen. Wat hij onder het motto ‘het hangt niet in je gezicht, maar is nog net lang genoeg om aan te trekken’ nog een tijdje is blijven doen. K. was er ook wel voor te vinden, al maakte hij het op een wat vreemdere manier duidelijk: “Jouw haar is kort”, deelde hij me mee nadat we elkaar zo’n half uur kenden. Waarop ik heb toesnauwde ‘jaa, en als je er ook een probleem mee hebt, dan kijk je maar de andere kant op!’ (baaldagen, iedereen heeft er af en toe wel eentje). Gelukkig redde hij de situatie door een beetje onzeker “Ik vind het eigenlijk wel sexy” te fluisteren en me indringend aan te kijken. En hij begon me ook meteen stevig te kussen.
Conclusie? Mannen die korte haren sexy vinden, zijn passionele kussers. Mannen die zeuren over korte haren, zijn nog niet in de buurt van een kusje geraakt. En het allerbelangrijkste: ik ben heel blij met mijn kapsel. Ik denk dus niet dat er gauw een paardestaartje aan zit te komen.
'Als je echt iets met hem wil, had je er beter aan gedaan hem even uit je bed te houden'. Dat vriendinnen niet altijd een zege zijn, bewijst L., die denkt mij te kunnen troosten met advies na de zonde. Het resultaat is een flashback naar het midden van de jaren '90, toen een boek genaamd The Rules ons ervan moest overtuigen dat we een man nooit mochten bellen, laat staan met hem vrijen op de eerste nacht.
Dat ik niet geloof in dat soort onzin, is mijn antwoord. Dat zulke verhaaltjes verzonnen zijn door vrouwen die niet weten hoe leuk het is om samen dronken te worden in een bruine kroeg en al dansend door de stad te zwalpen, bange singles die te druk bezig zijn met relatieberekeningen en niet beseffen dat sommige avonden spontaan tussen lakens eindigen. Dat de volgende ochtend teleurstelling kan brengen, geef ik grif toe, maar dit een evidentie noemen gaat me een brug te ver. Is zelfs Carrie na een seksuele eerste date uiteindelijk niet met Big getrouwd, zij het dan om het product placement?
Ik benijd ze dus niet, de vrouwen die in gemeenplaatsen de goede afloop van een date willen verzekerd zien. Want het spel van het flirten wordt nu eenmaal op een onvoorspelbaar niveau gespeeld en rules zijn daarin even nuttig als bijgeloof. Dus leg ik me erbij neer, dat ik soms te veel zal verwachten van een paar mooie woorden en dat ik mij zal vergissen in braaf lijkende jongetjes die flierefluiters blijken te zijn. Maar ik neem me voor hen vanaf nu altijd zelf te bellen in geval van twijfel. Want dat is pas tegen de regels.
'Jij hebt gewoon last van een ingebeelde verliefdheid'. De diagnose van L., al enkele weken vriendin met weekenddienst wat mijn liefdesleven betreft, was onverbiddelijk. Het gevoel waar ik al weken mee overhoop lig, bleek een ingebeelde vlinder. Een fantoomkriebel, om het zo te noemen. Een medicijn kende ze niet direct, maar gemakkelijkheidshalve veronderstelden we dat een gin tonic of drie de ergste symptomen wel zouden verhelpen. In het beste geval blijkt de hoofdpijn de dag erna ook ingebeeld.
De schuld van mijn ingebeelde verliefdheid leg ik bij de eerste zonnestralen en de idyllische clichés die ze bij een mens oproepen. Bij lente hoort nu eenmaal prille liefde, die is even onontbeerlijk dan cocktails en flodderjurkjes. Op een terrasje rondkijken of je vlam niet 'toevallig' passeert, dàt is lente. Anders kan je net zo goed het hele seizoen in je joggingbroek rondlopen. Dus enkel en alleen om mijn garderobe alle eer aan te doen, moest ik een nieuwe liefde vinden. En snel, want liefde wacht niet en zonnige dagen zijn tot nader order relatief zeldzaam in onze contreien. Toen vrienden me dus voorstelden aan hun nieuwe bandlid, gitarist, relatief knap en bovendien net single, lag de keuze voor de hand. Dit was de potentiële vader van mijn kinderen, of althans iemand die mij kon bekwamen in de productietechnieken ervan.
Drie weken later blijkt de affaire die ik met hem begon een niet zo idyllisch spelletje op hoog niveau te zijn. En bijna was ik in de waan dat mijn lentezonde een destructieve romance werd, zo eentje van het soort waar je euforisch en ongelukkig van wordt afhankelijk van hoe nuchter hij je belt. Bijna. Want nadat ik op een avond vol drama had geroepen 'dat ik hem niet meer wilde zien', bleek ik hem 's anderendaags plots niet te missen. Waarmee ik mezelf een sessie huilbuien en mijn vriendinnen een hoop gezeur bespaar, en er een wijze les voor het potentiële nageslacht aan overhoudt: een ingebeelde verliefdheid is, net als een cocktail op een zwoele zomeravond, niet ongevaarlijk.

Commentaar (1)