Skip to main content

HOME / BLOG

'Ben je verliefd op hem?' Ik sta buiten het restaurant een sigaret te roken met vriendin D., die me net haar nieuwe vriend heeft voorgesteld. 'Tuurlijk, waarom zou ik anders iets met hem begonnen zijn?' Omdat het lang geleden is dat je er nog eentje gestrikt hebt, denk ik. Omdat het koud is in de winter. Maar ik zwijg. Nieuwe lieven van vriendinnen, daarover zeg je liefst zo weinig mogelijk.

Wat ik van hem vind, wil ze nog snel weten, voor mijn sigaret op is. In mijn hoofd gaat een alarmlampje branden. 'Moeilijk te zeggen, ik ken hem nog maar net'. Soms specialiseer ik in standaardantwoorden. 'Maar wat is je eerste indruk?', dringt ze aan. 'Goh, hij lijkt me leuk. Een beetje stil misschien'. Sigaret op. Snel naar binnen voor ik kan zeggen wat ik denk. Dat ik hem het meest saaie wezen vind dat ik de afgelopen jaren heb ontmoet.

Even later informeer ik of de mannelijke vrienden mijn mening delen. 'Jij met je vooroordelen altijd', klinkt het collectief. Dat ik het haar niet gun, en dat ik waarschijnlijk gewoon jaloers ben. In een poging mijn hachje te redden, ga ik richting bar -'bier, iemand?'. Wat de sukkels niet beseffen, is dat ik het ben die binnenkort, in naam van de vriendschap, met D. en saaie piet naar optredens, brunches en erger zal moeten. Terwijl zij zich verder een bierbuik kunnen kweken en hem hoogstens in hun voetbalploeg moeten dulden.

Want wat mannen niet schijnen te zien, is dat dit geen grote liefde is, maar valse. Niet meer dan een wanhoopsdaad om niet voor de derde keer op rij alleen naar kerstdiners en familiefeesten te hoeven. Heerlijk moet het haar lijken, om in de 'wij'-vorm te kunnen spreken tegen tantes en grootnonkels, die opgelucht zullen ademhalen om dat ze 'dan toch van 't straat geraakt is'. Maar dat deze relatie de lente niet haalt, daar verwed ik mijn pinkje om. En de ruzies en spijt die daarmee gepaard zullen gaan, gun ik haar eveneens van harte. Zonder een streepje jaloezie.

Ik ben nogal een hartenbreker’, grijnsde hij, ‘maar jij moet je nog geen zorgen maken,’ fluisterde hij snel, met heel wat geknipoog en gewrijf over mijn been, ‘jouw hart ga ik nog niet breken.’ Oh jeetje, dacht ik, een stevige paniekaanval negerend, wat een SLIJMBAL. Ik wilde eigenlijk heel hard weglopen, maar heb gelukkig nog een beetje fatsoen, dus bleef rustig zitten, glimlachte terug en zei: ‘okee.’ Zo ben ik dan.

‘Allee, dat is toch lief’, vond mijn vriendin toen ik haar vertelde over de date in kwestie. Tot ik haar vertelde dat hij zo’n half uurtje later, in bed, mij ‘een lekker dier’ had genoemd, en mij vervolgens zo lang was blijven bepotelen (nadat ik al twee keer duidelijk had gesteld dat ik wou gaan slapen) dat ik van ellende gewoon op de bank ben gaan verderslapen. ‘Een lekker dier’ vond ze er toch ook over gaan, en het feit dat ik me zo aan hem ergerde was waarschijnlijk een teken dat ik hem niet leuk genoeg vond om er echt iets mee te beginnen. Dat dacht ik ook, en we besloten dan maar dat het mansvolk gewoon een beetje gek en irritant was, en dat je nu eenmaal lang moet wachten op dat prinsgeval met zijn paard, als ie ooit de weg al vindt.

‘Wat is dat toch met die mannen?’ vroegen we ons af, nadat ik een kleine week na de date in kwestie alsnog zijn hart gebroken heb (zo ben ik dan ook wel). Ze zijn of te aanhankelijk, of te onafhankelijk. Ze maken extreem flauwe mopjes, op verkeerde momenten, waardoor ik – dankzij mijn bindingsangst – meestal al op de vlucht sla na een uur of twee. Ik word nogal snel afgeschrikt. Zo zorg ik er altijd voor dat ik, als ik iemand nieuw leer kennen, tenminste de eerste twee maanden niet samen met de nieuwe potentiële lover moet dineren. Niet alleen krijg ik meteen buikpijn in dergelijke situaties, ik ben in staat de romance meteen te beëindigen omwille van de keuze van een gerecht.

Mijn situatie overdenkend – je hebt soms van die zelfinzichtzondagen – bedacht ik me dat het misschien niet aan de mannen lag. Maar aan mezelf. Stel je voor! Er valt wel wat voor te zeggen, aangezien ik altijd degene ben die het op de een of andere manier uitmaakt. Ofwel door heel hard weg te spurten voor de meest banale redenen, ofwel door het zo te verpesten dat hij vanzelf wel gaat lopen. Het ligt misschien aan mijn mannen-antenne, die opnieuw afgesteld dient te worden, of aan het feit dat ik niet zo emotioneel stabiel ben, en op momenten van verdriet extreem veel nood heb aan affectie, terwijl ik op de goede momenten niet wil weten van al dat gedoe.Ik stuur verkeerde signalen uit, ik ben lief tegen mannen waarvan ik al op voorhand weet dat ik er toch niks mee wil, en (erg onhandig) ik negeer de mannen die ik echt leuk vind, waarna ik verbolgen achterblijf en me afvraag waarom ze geen interesse toonden. Niet moeilijk dat mijn mannen altijd een beetje vreemd zijn, wie zou nu niet gek worden van iemand als ik?

Tijd om er wat aan te doen dus. Wat, dat weet ik nog niet precies. Al zou het al helpen mocht ik de juiste personen niet meer negeren, en de foute exemplaren geen aandacht schenken. Benieuwd hoe dat loopt…

Stel dat ik er een zou nodig hebben. Een man. Waar zou ik die dan vinden? Geef toe, het is niet zoiets dat je zomaar op je boodschappenlijstje zet. Al zou het wel iets hebben. Naar Delhaize gaan, afdeling droge voeding en er eentje in je kar sleuren. Nee serieus, het is iets waarover ik de laatste tijd het hoofd wel eens wil breken. Gisteren nog, ik zat mezelf wat af te beulen in een fitness centrum. Plaats waar je volgens de boekjes de m/v van je leven kan opscharen, zoals ze dat zo mooi zeggen.

Ik niet dus. Nochtans heb ik mijn best gedaan. Gisteren dus. Ik ben er even bewust mee bezig geweest. Met het screenen van de mannelijke medemens tussen die sportieve zielen. Mannen die met hun waterfles over de fitte vloer struinen alsof ze hun vege lijf over een provinciaalse fuifvloer aan het dweilen zijn, pint Stella in de hand. Zoek de fit in fitness,quoi..

Maar dat is niet het ergste. Het gros van de fitte heren is echter om een andere reden ongeschikt als leefmaatje. En de reden, die zit hem in hun kleren. Negen op de tien sporties dragen zowaar de sporen van een strijkijzer op hun lijf. T-shirts met strijkplooien, shortjes met gladgestreken poepzijde en als ik iets dichterbij zou komen, wed ik er mijn heilige quadriceps op dat ook hun sokken onder het gladgestreken ijzer hebben gelegen.

Ik beeld me in hoe die plooien erin gekomen zijn. Zelf aan de strijkplank staan, dat zie ik ze niet doen, daar zijn ze het type niet voor. Ik wed er mijn tweede quadriceps op dat ze een meid in huis hebben, een huishoudster die net niet snugger genoeg is om te weten dat ze de sportkleren van my’lord beter onaangeroerd in de strijkmand laat liggen, want dat ie anders nooit aan een vrouw gaat geraken. Want dat elke vrouw die hen in zo’n strijklijfje ziet, terstond een angstaanval krijgt, en zichzelf al uren aan de strijkplank ziet staan, mijnheer z’n Adidasjes, Puma’tjes en Nike’tjes erdoor sleurend.

Zelf heb ik al lang afgehaakt. Ik heb zelfs geen strijkijzer in huis, kan het niet bedienen en wens het ook nooit te leren.

Twee twintigers, twee dertigers en een veertiger, samengegooid in een slakom, met een pittige dressing en wat sappige weetjes erbij. Generations: The Real Life. Altijd verrassend, nooit saai. Want een ELLEvrouw weet hoe het leven up te spicen.

Labels

Maa Din Woe Don Vry Zat Zon
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31        
Voeg ELLE.be toe aan je favorieten

Info en tips ELLE.BE

Join us !