Skip to main content

HOME / BLOG

'Ik heb botten besteld. Wil je ze zien'? Collega M. loodst me naar Yoox, een drukbezochte site op de redactie en meermaals de oorzaak van dromerige blikken achter het scherm. De laarzen blijken prachtig: zwarte Margiela's, met een fluogele top. Klassiek en extravagant. Less én more. Een welgemeende 'wauw' van mijn kant is dan ook meer dan gepast.

'Ik ben niet zeker van de maat', zegt ze. Een kleine reality check, want zelfs de allermooiste droomschoenen zijn een nachtmerrie als ze knellen, en het bedrag dat je neertelt voor zo'n paar Margiela's, wel, laat ons zeggen dat je er lekker voor kan gaan eten. Een keer of tien, that is. 'Maar ik kan ze terugsturen, hoor', sust ze snel, ik denk meer om zichzelf dan mij gerust te stellen.

'Ze hebben ze ook in het roze - kijk'. En op het scherm verschijnen dezelfde Margiela's met de top in het fluoroze - ik moet even slikken als bedenk hoe mooi ik ermee zou staan. Hoe ze al mijn zwarte jurkjes minder saai zouden maken en hoeveel keer ik te horen zou krijgen: 'wat een geweldige laarzen heb je aan!'. Ik begin al te blozen bij de gedachte, vooral als ik zie dat er nog maar één paar online staat. En dat ene paar is, jawel, mijn maat.

Een week heb ik ervan gedroomd, 's nachts badend in het zweet bij de gedachte dat iemand anders ze gekocht had. En na een week heb ik beslist; ik kan ze niet betalen. Dus heb ik ze besteld. En ik neem gemakkelijkheidshalve aan dat ik vergeven zal worden voor alle achterstallige rekeningen eenmaal ik op mijn zwart met roze laarzen door het leven wandel.

Drie weken lang heb ik ze aangeklikt. Gestreeld met mijn muis. Gewikt en gewogen. Bewonderd en getwijfeld. En nu is het zo ver. Ik heb een bestelling bij yoox.com geplaatst. Mijn zwarte Margielalaarzen, met fluogele neus zijn, terwijl ik dit stukje aan het tikken ben - o wondere wereld van het web, klaar voor shipping. In gedachten zie ik ze in hun bruine doos (ik kon ook een witte kiezen) waden over het water, maar shipping betekent gewoon: verzenden. Binnen de drie à zes werkdagen zijn ze de mijne. Ik volg hun traject via my yoox. En passen ze niet, dan zend ik ze terug. Met UPS. Worden mijn dure euro’s teruggestort. Hoe dan precies in de haak zit, moet ik nog uitvissen in de kleine lettertjes ergens onderaan de site. Want al waren het ‘sales’, de laarzen kostten een arm en een been. Scheelt alweer – met dat been minder – een slok op de borrel! Kan ik een nieuwe bestelling op yoox.com plaatsen. Die zwarte pumps leken me ook wel wat, eigenlijk.

De avond begon al meteen goed, toen ik, bij het buitenrijden van de auto eerst net niet de poort raakte, om daarna langs de andere kant langs de struikjes te scheren (en ze toch vooral een beetje te raken). Goed begin van een date, vooral als de date in kwestie op de achterbank zit (“schatteke? Je zat net in de struiken….”) vergezeld van twee extra vrienden, die zich stilaan zorgen beginnen te maken over de bob van de avond (ik dus). Normaal vlam ik in zo’n twee seconden gezwind de oprit af. But then again, normaal gezien ben ik ook niet zo zenuwachtig (date! Achterbank!) én normaal gezien heb ik, net om die zenuwen te bedwingen, nog geen vier glazen cava achterover gekapt. Echt bob was ik dus al niet meer, en de vooroordelen over vrouwen en auto’s had ik ook in één niet zo vloeiende beweging bevestigd. Nice impression, Fleur. En de avond moest nog maar beginnen….

Nochtans was het niet de eerste keer dat ik hem zag (de niet-niet-aan soms wel vriend, weet je wel?), behoorlijk belachelijk dus dat ik zo’n tien minuten voor hij zou aanbellen plots extreem zenuwachtig werd. Niet ooh-leuk-ik-zie-hem-terug-zenuwachtig, maar waar-ben-ik-hoe-heet-ik-zenuwachtig, waardoor ik lichtjes begon te trillen. Die cava zal hierbij waarschijnlijk niet geholpen hebben, maar laat ons het vooral niet op de alcohol steken. Ik kan gewoon niet goed om met situaties die draaien rond mannen die ik leuk vind, ik ga me gedragen als een kip zonder kop. Een kip die op de koop toe nog gemeen is ook.

Want buiten het in de struiken rijden, heb ik hem ook nog afgeblaft toen hij zei dat hij niet kon blijven slapen (terwijl hij wel gebleven is tot het ochtendgloren. Blijkbaar bedoelde hij ‘slapen’ letterlijk.), rolde ik zowat om de tien minuten met mijn ogen om toch vooral te laten zien dat hij heus niet zo interessant was (wat hij wel is!) en ben ik drie keer in slaap gevallen op de terugweg (toen ik géén bob meer was, laat dat duidelijk zijn). Dat de nacht überhaupt nog tot een goed einde is gekomen, ligt waarschijnlijk vooral aan het feit dat hij nìet de nood voelt om zich voor te doen als een stoere macho, en me op een nogal tot de verbeelding sprekende manier in slaap heeft ‘gewiegd’.

Mijn tactiek kan ik niemand aanbevelen. De zijne daarentegen…

Op je twaalfde is het ‘aan’ als je elkaars hand vasthoudt tijdens de speeltijd, op je zestiende is het aan vanaf de eerste kus. Maar hoe weet je op je vijfentwintigste wanneer het ‘aan’ is? En waarom lijkt iedereen, behalve ikzelf, te wachten op het moment dat ‘hij’ en ik eindelijk hebben besloten dat het ‘aan’ is? Want als het leuk is met z’n tweetjes, hoef je daar toch niet meteen definities en labels tegenaan te gooien? Of wel?

Mijn beste vriendinnetje snapt niet dat we het niet gewoon ‘aanmaken’, ook al heb ik haar al tien keer verteld dat we het rustig aan willen doen. Wij allebei, niet alleen ik en mijn bindingsangst. ‘Maar wat zijn jullie dan?’ vraagt dat vriendinnetje, die het wel ‘aan’ heeft met haar ‘vriendje’. Dat ik dat niet weet, vindt ze maar een beetje raar. “Zolang hij en ik maar tevreden zijn met wat we wel en niet zijn. Sommige mensen hebben geen definities nodig,” stel ik stoer. Al blijkt de volgende avond, na een date met ‘hem’ die officieel weer geen date was, dat ik toch zo zachtjesaan een definitie zal moeten bedenken. ‘Wat ben ik dan wel?’ vraagt hij nadat ik ‘omdat je geen vriend bent’ als antwoord eruit flapte op de vraag waarom ik hem niet zomaar af en toe belde om iets leuks te doen. Terwijl hij me indringend blijft aankijken, zegt hij dat ik dan maar eens moet nadenken over wat hij dan eigenlijk is. Wat ik beloof te doen.

Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe minder ik weet hoe je iemand moet noemen die niet je lief is, ook niet je vriend, maar die je wel kriebels bezorgt als hij je hand vasthoudt, in wiens ogen je net niet verdrinkt en wie je telkens opnieuw niet durft te kussen, gewoon omdat je toch heel erg graag wilt. Maar met wie je dan toch weer zonder problemen minutenlang in een stevige liplock zit, eens het er toch van komt. Gewone vrienden zijn we nooit geweest, de eerste avond plakten we al tegen elkaar, hoewel ik hem wel graag genoeg heb om bevriend met hem te kunnen zijn. En ‘aan’ is het ook niet als je allebei besluit dat je je niet zonder nadenken in een relatie wil smijten. Maar ‘niet-aan’ zou ik het nu ook niet noemen, want daarvoor denk ik net iets te veel aan hem. En hoewel ik het niet wil, begint er toch een klein barstje te komen in het meterdikke beschermingsmuurtje rond mijn hart.

Dus. Hoe noem je iemand met wie het niet ‘aan’ maar ook niet ‘niet-aan’ is, die je vriend is, maar eigenlijk toch ook niet. Als ik nu eens zou weten hoe hij mij zou noemen…

Die sneeuw. Laat ons het daar eens over hebben. Een probleem met grote p, als je het mij vraagt. Mooi en al, daar niet van. Maar nefast voor de kleedpret, en de modefun.

Een kast vol leuke kleuren en koddige kleren maar niks dat eruitziet alsof ik er de dag mee door kom. Wegens niet bestand tegen sneeuw, zout en kou. Salut dus frullenspullen en en rokgenot, hello vormeloze trui, stevige laarzen en o jee geitenwollen sokken. Schoenen met een hak, vergeet het. Regelrechte zelfmoord, toch op mijn oprijlaan. Slippery as hell. De hele buurt heb ik wakker gegild, een paar dagen geleden. Mijn nieuwe Margiela laarsjes? Een rubberen zool, moet kunnen, denk ik dan. Maar ai, dat zout. Nope, witte zoutvlekken op het lakleer, de grootste nachtmerrie dus. No can do. O god, wat een stress.

Ik ben duidelijk niet de enige die zo’n inwendige discussies houdt voor de ochtendse kleerkast, dezer dagen. Want, ach, eerlijk. Zucht. Kijken naar dresscodes bij dit soort weer , daar word ik echt niet vrolijk van. Mensen lijken alleen maar beige en bruin uit de kast te halen. Kleuren die tegen een vlekje kunnen, hoor ik ze denken. Van die laarsjes met crèpe zolen. Truien met opgebolde wolletjes, jaren geleden gekocht en warme winters lang in de kast laten rotten.

En het ergste van al: de fleeces komen weer boven. Als er één stuk klerezooi is waarvan ze de uitvinder ter plekke mogen doodkietelen en tegelijk met elektrisch geladen textiel over zijn hoofd mogen wrijven, dan is het de man of vrouw die de fleece op de wereld gezet heeft.

Ach, waar maak ik me druk over. Mijn bergbottines hebben wel iets nouveau grunge. En die snowwashed Dieseljeans doet het goed bij witte vlokken. Maar lang moet het niet duren, de frulletjeszin houd ik echt geen week meer onder controle.

Twee twintigers, twee dertigers en een veertiger, samengegooid in een slakom, met een pittige dressing en wat sappige weetjes erbij. Generations: The Real Life. Altijd verrassend, nooit saai. Want een ELLEvrouw weet hoe het leven up te spicen.

Labels

Maa Din Woe Don Vry Zat Zon
      1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31  
Voeg ELLE.be toe aan je favorieten

Info en tips ELLE.BE

Join us !