Ik vind ze maar af en toe leuk, de facebook-paginas waar menig vriend fan van is omdat de titels een grote vorm van herkenbaarheid in zich dragen. Zo ben ik volwaardig lid van de groep 'onverantwoord blijven hangen', maar haal ik mijn schouders op voor de talloze politieke fora, laat staan dat ik het rookverbod op virtuele wijze zou steunen. Maar onlangs stootte ik op een intrigerende pagina, getiteld: 'I blame Disney for my high expectations of men'.
De stelling is overduidelijk: wij, een generatie twintigers die door onze ouders voor een Disney-video werden gezet in een poging hun zondagsrust terug te winnen, zouden daar onrealistische verwachtingen over mannen op nahouden. We zouden denken dat de andere sekse uitsluitend bestaat uit prinsen op een wit paard, al dan niet vermomd als een kikker of een gruwelijk beest, die ons vervolgens overtuigen van hun liefde zodat we vanaf dan niets meer hoeven te doen, buiten verder leven op de happily ever after-manier.
Even heb ik overwogen om fan te worden van dit statement, meer om de humor dan om de waarheid ervan. Want ik zie mijn vriendinnen, één voor één uit de Disney-generatie, dagelijks emmers water naar wijnkelders slepen om een fijn evenwicht in hun relatie te behouden. Sterke vrouwen die zich er al jaren bij hebben neergelegd dat prince charming ook wel eens met zijn vrienden op stap wil en soms betere dingen te doen heeft dan 's nachts met hen op een vliegend tapijt boven de stad te zweven. Net zoals zijzelf 's ochtends niet zingend het bed uit glijden en met hulp van bevriende vogeltjes een eitje bakken.
Niet dat we niet af en toe dromen van die prins. Maar dat doen we al sinds de middeleeuwen dus ook hier treft Disney weinig schuld. En misschien dromen we niet zozeer van die prins, als wel van het leven dat hij ons zou bieden: rijk, zorgeloos en voorzien van iemand de de afwas voor je doet - iets waarvoor je evengoed een lottoformuliertje kan invullen. Dus misschien moesten we Disney achterwege laten en massaal een facebookpagina 'ik zou graag zonder moeite veel geld krijgen' oprichten, hopend dat die op meer bijval kan rekenen dan die van de gemiddelde politicus. En ondertussen onverantwoord blijven hangen, want je weet nooit wie je tegenkomt.
'We hebben een rat gevangen!' Vriend P. en vriend J. hebben een samenzweerderige tinteling in hun ogen, eentje van het soort dat ervoor zorgt dat mannen terug glunderende jongetjes worden. Een hele dag hadden ze met strategisch inzicht een een zelfgemaakte speer gejaagd op het ongedierte, en de voldoening die de vangst hen opleverde zorgde ervoor dat ik stikjaloers achterbleef.
Niet op hun rattenjacht -ik ben beide heren nog steeds dankbaar dat ze mij het bewijsstuk van hun queeste hebben bespaard-, wel op de tijd die ze hebben om een hele dag te spenderen aan iets waar anderen zich met een valletje vanaf zouden maken. Want vriend J. studeert, wat hem toelaat op kosten van ouders en een occasionele weekendjob zijn dagen in alle rust en kalmte te spenderen. Vriend P. van zijn kant heeft een talent voor poker, een hobby die tot dusver lucratief genoeg bleek om zijn neus op te halen voor een job waarbij je je huis uit moet.
Dus kan ik het niet helpen dat ik jaloers ben op de vrijblijvendheid van hun dagen, terwijl mijn agenda tot begin volgend jaar volgepland staat met werk- en andere verplichtingen. Het is het soort jaloezie dat de kop opsteekt als ik een overduidelijk rijk getrouwde vrouw met geblondeerde haren en een slecht geparkeerde SUV de tijd zie nemen om met zorg haar boodschappen uit te kiezen, net zoals ik onredelijk kwaad kan worden op een oud vrouwtje dat een kwartier lang hulp vraagt bij het invullen van haar lottoformulier aan de verkoper waarbij ik mijn krant wil afrekenen.
'Jij maakt je gewoon te druk' krijg ik vaak te horen als ik van trein naar afspraak hol, ondertussen nog even de wasserette binnenspringend en druk bel met vriendinnen die ik naar mijn gevoel schaamteloos verwaarloos. En hopeloos word als ik zie dat de klok alweer drie uur aangeeft als ik eindelijk thuis ben, terwijl de volgende dag slechts enkele uren later begint. Met een telefoontje. Van vriend P., met de mededeling dat hij het bereiden van een wildschotel als dagactiviteit heeft gekozen en of ik 's avonds wil komen eten. Gelukkig maar dat ik nog vrienden met tijd heb.
Sommige dingen winnen aan kracht als je ze samenvoegt. Denk maar aan Brangelina (as in Brad Pitt plus Angelina Jolie), beiden al A-listers maar sinds ze naast het witte doek ook het bed, een juwelenlijn en een hele resem kids delen, werden ze pas echt paparazzi-goud. Hetzelfde geldt voor vanille ijs en chocoladesaus of voor een leuke blouse en een – 50 % kaartje. Het huwelijk tussen de jeans en de legging, de zogenaamde jegging, heeft dus in theorie heel wat potentieel om tot een succesnummer uit te groeien. In theorie, want in de praktijk blijkt dat deze kruisbestuiving enkel leuk staat bij vrouwen die, zelfs zonder hoge hakken, op stelten lopen.
Mijn tienerzusje en ik trokken tijdens een middagje stadlopen elk een exemplaartje aan, ‘gewoon, voor de lol’, vulde ik snel aan toen na een glimp van mijn spiegelbeeld op te vangen meteen doorhad dat een trio’tje van mezelf, de legging en jeans zelfs geen one night stand overleeft. Op het strakke tienerlijfje van mijn zusje zag die hippe jegging er plots heel wat minder idioot uit. (met een steekje van jaloezie tot gevolg) Klein detail: het arme kind was herstellende van klierkoorts én haar eerste gebroken hart, wat wonderen doet voor je figuur maar het leek me vanuit pedagogisch opzicht beter om die informatie niet met dat jonge zorgeloze hipperdje te delen. Terwijl ze goedkeurend naar zichzelf in de spiegel keek, fantaseerde ze luidop op welke fuif haar jegging zijn blijde intrede zou doen en met welk topje die heugelijke gebeurtenis gepaard zou gaan. Op een fuif (of eerder: een party in een club) zou je mij niet zo snel betrappen in dat broekje met de allure van een jeans maar met de geloofwaardigheid van een panty met hoogheidswaanzin. In het uiterste geval trok ik hem aan tijdens de pilatesles, maar dan enkel op de dagen waarop de goddelijke instructeur (denk aan Sting in zijn jonge jaren!) er niet was. De jegging van mijn zus belandde in een boodschappentasje, mijn exemplaar stuurde ik zonder genade terug naar het rek.
De jegging lijkt me niet meer dan een kortstondig verstandshuwelijk tussen een blijvertje zoals de jeans en een grilletje zoals legging. Vroeg of laat vraagt de jeans de scheiding aan, en hopelijk krijgt die het huis en de kinderen. En mij er bovenop.
'Heb je een vuurtje voor me'? De jongeman op de hoek van de straat kijkt veelbetekenend naar de sigaret in mijn hand, een onmiskenbaar bewijs dat ik heb waar hij naar op zoek is. Nu was de man in kwestie niet onknap, en mooie mannen verwarmen met het vuur van mijn aansteker is me zelden te veel moeite geweest. Dus duik ik in mijn handtas, op zoek naar het kleinood. Tien minuten later, rommelend in diezelfde tas, zie ik de vuurloze jongen paniekerig rondkijken, om uiteindelijk zijn sigaret aan te steken met de vlam van een ander passerend slachtoffer, eentje dat vuur en hulpvaardigheid bovenaan in een broekzak had zitten - een man, uiteraard.
76 dagen, zoveel dagen van haar leven schijnt een vrouw op te offeren aan het zoeken naar dingen in haar tas. Ik ben er zeker van dat ik er al honderden verloren moet zijn. Want naast de hoogstnodige dingen -sleutels-telefoon-portefeuille- heb ik ook steeds een boek bij me, voor als ik ooit ergens vijf minuten zou moeten wachten. En een make-uptasje, dat gezien mijn filosofie dat je nooit genoeg lipgloss kan hebben ondertussen uitgroeide tot een heuse beautycase. En een flesje balsamico, dat mijn liefste me gaf voor ik snel-snel ergens heen moest en dat de weg naar mijn keukenkast nog niet heeft gevonden. En een paar ballerina's, want je weet nooit wanneer die hakken afbreken. Verder: de krant van vandaag (want een vrouw moet haar wereld kennen) een flesje water (want dat schijnt gezond te zijn), de krant van gisteren (want die heb ik er nog niet uitgehaald) en een Ipod waar ik nooit naar luister aangezien de oortjes altijd een ingewikkelde constructie aangaan met al het vorige.
En zo komt het dat ik steeds 'wat zit daarìn!' te horen krijg wanneer ik iemand vraag mijn tas even vast te houden, een opmerking die standaard een gemompeld 'gewoon, wat spullen' verdient. Meestal begrijpt men dan wel waarom ik nooit mijn telefoon opneem en altijd tien minuten later terugbel, waarbij ik 'hallo' vervang door 'ik heb hem!'. Maar als de trein weer eens vertraging heeft, kan ik wel kiezen tussen de krant en een boek om mijn tijd te vullen, een intellectuele bagage waar ik graag mijn schouderspier voor opoffer. En dus neem ik me voor vanaf nu standaard 'nee' te antwoorden wanneer een passant me om een vuurtje vraagt. Hoe knap hij dan ook moge zijn.
'Wanneer gaat hij nog eens aan een lief geraken?'. Deze uitspraak valt telkens nadat vriend P. afscheid heeft genomen na een avondje café, een ritueel waarbij hij de vrouwen net iets langer omhelst dan de mannen en vervolgens lichtjes zwalpend zijn bed opzoekt. Zijn vrienden blijven achter met de vraag wanneer, en vooral hoe, hij het ooit zal klaarspelen om gezelschap te vinden tijdens die weg naar huis. Die niet ver is, want wie zichzelf respecteert als vrijgezel woont meestal op kruipafstand van bars en kroegen.
'Want er is toch niets mis met hem!' klinkt het vervolgens, waarop iedereen per opbod zijn capaciteiten begint te prijzen. Want P. is een erg leuke jongen, lief ook, met gevoel voor humor en een erg fijn idee van romantiek. Misschien iets te cliché, dat wel, maar wie wil daar nu in tijden van bindings- en verlatingsangt nog over zeuren? Verder is hij belezen, beschikt hij over een excellente platencollectie en het feit dat hij niet op de eerste rij stond toen de gelaatstrekken van George Clooney werden uitgedeeld, hoeft daar geen afbreuk aan te doen.
Gek genoeg zijn het meestal mannen die lyrisch worden over hem, diezelfde mannen die vervolgens de arm om hun vriendin slaan en in zichzelf blij zijn dat ze het stigma 'eeuwige vrijgezel' hebben kunnen afwimpelen. De weinige single vrouwen, waarvan sommige een excellente partij zouden zijn, zwijgen veelbetekenend. Niet omdat ze P.'s goed karakter of gevoel voor romantiek in twijfel trekken. Wel omdat ze moeite hebben met het idee dat ze dan toch niet met het lokale equivalent van Johnny Depp zullen eindigen.
En zo gebeurt het dat lieve jongens zoals P. alleen in bed eindigen, terwijl leuke meisjes blijven denken aan spannende mannen, die hoofdzakelijk in hun dromen voor hen door de knieën gaan. Hoogst onlogisch, maar in liefde blijkt het klassieke vraag-en aanbodgegeven nu eenmaal net dat ietsje ingewikkelder. Gelukkig maar voor P. dat Johnny Depp geen single meer is.
‘Een vrouw die van kapsel verandert, is een vrouw die op het punt staat van leven te veranderen’ aldus Coco Chanel.
Een gedachte die ontstond in de geest waar ook de little black dress, het tweed jasje en de ‘garçonne-look’ hun oorsprong vonden. Geen enkele reden dus om aan de waarde van haar woord te twijfelen. En zo belandden drie vriendinnen naast elkaar in de kappersstoel. Vriendin 1 zette net een definitief punt achter haar veel te lang aanslepende knipperlichtrelatie. Ze ruilde haar weelderige blonde manen in voor een hedendaagse coupe à la Cleopatra. Terwijl de goudblonde plukjes haar zich rond de poot van de stoel verzamelden, welde een stiekeme traan op in haar ooghoek. Ze glimlachte dapper naar haar spiegelbeeld en ik vroeg me af of de tranen voor haar doodgebloede relatie of voor haar nieuwe kapsel bestemd waren.
Vriendin 2 had eindelijk ontslag genomen en beëindigde daarmee een jarenlange klaagzang over onredelijke bazen, de onmenselijke werkdruk en collega’s waarvan je spontaan moordfantasieën krijgt. Ik was uiteraard fier op de gedurfde keuze van mijn vriendin, vooral in deze onzekere tijden, maar ergens ook opgelucht omdat geen enkel verhaal nog met: ‘je gelooft nooit wat er vandaag op kantoor gebeurde’ zou beginnen. Want ik kon het vervolg vreemdgenoeg wel raden en onze koffie- of cocktailmomenten werden er niet bepaald vrolijker op. De kapper knipte met elke knip een stukje frustratie weg en een ‘coupe soleil’ bracht de zon weer in haar leven.
En ik? Tjah, ik stond niet meteen op een kruispunt in mijn leven. Alles kabbelde rustig verder en het lukte me al een tijdje wonderwel om dramasituaties, waar ik vroeger met een aanloopje insprong, te omzeilen. De trieste waarheid was dat mijn bad hair days de afgelopen weken een chronisch verschijnsel waren geworden. Mijn haren waren met geen ionen verspreidende haardroger, schroeiend hete stijltang of chemisch goedje in bedwang te houden. Enkel een dot bovenop mijn hoofd geflankeerd door honderden schuivertjes en een flinke spuitsessie met haarlak brachten even soelaas. Eigenlijk behoort een bezoekje aan de kapper gewoon tot een van mijn favoriete activiteiten. De frisse shampoos, de ervaren vingers die je hoofdhuid masseren en het hypnotiserende geluid van de haardrogers, citytrip richting hemel. Plus, een kappersbezoek doet wonderen voor je gemoed, alle kapselblunders buiten beschouwing gelaten uiteraard. Twee uur later stonden we met zijn drietjes te blinken op straat: vers gekapt, hoog gehakt, goed gemutst en klaar voor een nieuw leven. En voor een nieuw paar schoenen, Chanel schoenen als het even kan...
Ook al is het ondertussen bijna vijf jaar geleden, ik herinner het me maar al te goed. De avond waarop mijn eerste serieuze vriendje me via sms meedeelde dat onze tijd samen voorbij was. Ik wist niet wat ik het ergste vond: het feit dat hij me zonder enige aanleiding ( want was ik niet altijd even lief, charmant en grappig?) voor de voldongen feiten stelde, of dat hij de moderne technologie inschakelde en het einde van onze relatie met het laffe gebiep van een gsm aankondigde. Hij degradeerde meteen van Grote Liefde naar de Grootste Eikel die ooit mijn leven binnen wandelde. Na een woede-uitbarsting rolde ik in een tranendal waar ik pas na maanden én dankzij de hulp van Volgend Vriendje uitklauterde. Achteraf beschreef ik hem vaak als “het accessoire van het moment”: leuk aan je arm maar net als een it-bag of een paar must-have schoenen had hij een beperkte houdbaarheidsdatum.
Onlangs stond hij na al die jaren plots voor mijn neus, in een club en met een drankje in de hand waarvan ik vermoedde dat het niet het eerste van die avond was. Zelf had ik ook al enkele cosmo’s achterovergeslagen waardoor onze reünie net iets hartelijker verliep dan nodig. Voor iemand die ik vijf jaar eerder als een toenmalig hip accessoire bestempelde zag hij er nog steeds zeer patent uit. Het voelde een beetje zoals het terugvinden van dat verloren gewaande handtasje waar je zo dol op was. Toen namen de cosmopolitans het denkwerk over want ik vroeg me af of, net zoals in de modewereld, ook bepaalde mannen na een periode van afwezigheid terug ‘in’ kunnen zijn. Een beetje zoals die ‘brede schouders’ trend dus. Wat volgde was een aaneenschakeling van herinneringen ophalen, lachsalvo’s afgewisseld met omhelzingen die intiemer en intiemer werden tot ze in een kus eindigden. Daarna fluisterde hij de woorden waar ik tijdens mijn verblijf in het tranendal zo naar smachtte: ‘where did we go wrong?’ Even denken, het feit dat hij me keihard dumpte misschien? Om mijn gloriemoment niet te verpesten hield ik die bedenking voor mezelf. Want als ik heel eerlijk ben moet ik toegeven dat hij me ook dit seizoen weer beeldig staat. Of het een voorbijgaande trend zoals de ‘bunny ears’ of een klassieker in wording zoals de Brilliant van Delvaux is, zal na de volgende modeweken duidelijk zijn. Tot die tijd zijn we samen weer helemaal en vogue.
'Lily is de vrouw van mijn dromen. En als Lily nu iets met me zou willen, zou ik helemaal gelukkig zijn'. Dat verliefde mannen nog dwazer kunnen zijn dan vrouwen, bewees de nieuwe kennis die vriendin E. en ik net op café ontmoet hadden. Buiten Lily bleek hij een passie te hebben voor hoofdsteden van derdewereldlanden en het achteroverslaan van behoorlijke hoeveelheden drank, wat meteen de hoofdingrediënten van de avond bepaalde.
Enkele uren later, slaapkamertijd, leek hij Lily al helemaal vergeten, en ik vermoed dat ook de hoofdsteden van Maleisië en Costa Rica even niet meer prioritair waren. Wel aan de orde: zijn ontevredenheid over een eerder -euh- mindere minnaarsprestatie en de bezorgdheid of ik daar al dan niet over zou zwijgen. Wat ik, discreet als ik ben, plechtig beloofde: ik zou het aan niemand zeggen.
Nu wil ik daar - kleine tip voor de mannelijke bevolking - even bij vermelden dat ik met 'niemand' een viertal vriendinnen bedoel, die vervolgens ook beloven te zwijgen als het graf, waardoor het net lijkt alsof ik niets heb verteld. Dat deze tactiek in praktijk niet altijd blijkt te werken, hoeft weinig verdere uitleg. Maar dat een van deze vriendinnen al na een dag op de hoogte is via een collega waarvan de vriend een oude bekende is van de man in kwestie, komt hoogst zelden voor. Onnodig te zeggen dat ik net niet van mijn stoel viel door zoveel mannelijk geklets.
'Weet je nog, die jongen met zijn hoofdsteden?'. Twee weken later bleek ook vriendin E. zich vergist te hebben in een gin tonic te veel en hoofdstedenjongen had zich niet gerealiseerd dat het bed delen met twee vriendinnen in evenveel weken nu eenmaal zoveel betekent als vragen om problemen.Gelukkig voor mij bleek hij niet plots een betere minnaar (lees: het lag niet aan mij), gelukkig voor E. bleek hij geen gemeenschappelijke kennissen te hebben met een van haar collega's. Maar wat wel duidelijk werd, is dat vrouwen maar beter op hun hoede kunnen zijn voor jongens die veel weten van hoofdsteden en al evenveel drinken. Zeker als ze Lily heten.
Zolang die aardige weerman het niet officieel meedeelt, blijf ik de komst van de herfst hardnekkig ontkennen. Langzaam verkleurende bladeren, stiekem korter wordende dagen en langer wordende rokjes, hier en daar een jasje op het terras-ik spotte dit weeked zelfs al bontjasjes op straat!!... ik deed maar al te graag alsof ik het niet zag. Zoals een vrouw die heel hard blijft geloven dat haar allerliefste écht wel overwerkt, ook al komt hij geurend naar overspel thuis, wil ik geloven dat de zomer me trouw blijft.
Tenminste tot zijn officiële einde op 21 september, lijkt me een eerlijke deal, niet?
Augustus was hart -en huidverwarmend en hielp me zelfs vergeten dat mijn roze koffertje de hele zomer ongebruikt bovenop de kast bleef liggen. De laatste dag van augustus gloeide nog na in mijn herinnering toen ik, een beetje verfrommeld door de nacht, de gordijnen opende en met wanhopig gejammer vaststelde dat mijn geliefde zomer werd weggespoeld door een eerste hardnekkige najaarsbui. ‘Nieuw schooljaar, nieuw seizoen’, moeten die cynische weergoden gedacht hebben.
Wat is het toch met de zomer, dat het afscheid telkens zo moeilijk maakt?
Als je het mij vraagt is het antwoord eenvoudig: het is de zon, het bronzen kleurtje, de frivole bikini’s, de blote voeten in het gras of in het zand, het zoute water op je huid, de festivals, de terrasjes, de parapluutjes die enkel hun nut bewijzen in je cocktail, de barbeques, de geur van zonnecrème, fluitende vogels, de bloeiende bloemen, de vakantieliefdes, de vlinders die als rozenblaadjes op je pad landen, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
‘Ach, wees toch eens niet zo dramatisch’, zei een vriendin toen ik ook haar op de hoogte bracht van mijn gebroken zomerhart. ‘Je krabt nog steeds aan die jeukende muggenbeten, je iPod overleefde een dagje zee niet, je was na slapeloze nachten door de hitte echt niet om aan te spreken en mag ik je erop wijzen dat je meer bikini-stress had dan zenuwen voor welk examen dan ook?’ Stuk voor stuk voldongen feiten waar ik moeilijk iets tegenin kon brengen. Dan maar nonchalant van onderwerp veranderen door heel druk door het heerlijk dikke modenummer te bladeren. Om de intrede van de herfst kon ik niet meer heen. Snel raakte ik afgeleid door leuke regenjasjes, wollige sjaals, schattige mutsen, stoere laarzen en must-have outfits die stuk voor stuk geen zomerse temperaturen tolleren. Misschien, heel misschien, zou een kleine tot middelgrote shoppingspree de pijn kunnen helpen verzachten. Want met de juiste nieuwe kleerkastbewonders ben ik wel bereid mijn best te doen om er een Fab Fall van te maken. Maar tot die tijd, zomer en zinder ik dolgraag nog even na!
Het is voorbij: de liefde tussen mijn favoriete jeans en mezelf. Al moet ik dat even nuanceren, de stopzetting kwam niet van mijn kant, het was eerder mijn onderkant die besloot er een einde aan te maken. Of om het met de woorden van Halle Berry te zeggen: “I had a little too much junk in the trunk”. Zowel het afscheid als de confrontatie met de spiegel waren pijnlijk en zo belandde mijn geliefde broek ergens onderaan in mijn kast. Toch nam ik mezelf plechtig voor dat onze relatie weldra een tweede kans zou krijgen, we pasten immers zo goed bij elkaar (en bij een groot deel van mijn garderobe). Weken gingen voorbij en als we elkaar tijdens een strooptocht door mijn kast tegenkwamen sloeg mijn hart telkens even over. Af en toe durfde ik de confrontatie aan maar de pasbeurten eindigden altijd met niet zo’n lady-like gevloek en ook mijn onmiddellijke omgeving moest het ontgelden. De relatie verzuurde helemaal en de jeans werd verbannen naar de donkerste regionen van mijn kast, ergens ten zuiden van wintertruien (waar ik nu absoluut nog niets mee te maken wil hebben.) en Oilily-jurken waar ik maar geen afstand van kan doen.
De confrontatie met dé broek uit te weg gaan is één zaak, de buitenwereld trotseren is onvermijdelijk. Ik was dus ook even uit mijn lood geslagen toen ik onlangs op een overvol terras waar echt ie-de-reen (zonder overdrijven) aan het meeluisteren was te horen kreeg: ‘ben jij niet verdikt, dat is niet zo goed hé!’ Mijn ogen schoten vuur en daarna vol tranen, mijn glimlach ging van stralend naar hulpeloos. In mijn verbeelding vloog ik hem naar de keel om zijn strot dicht te knijpen en zijn haren uit zijn kop te rukken. Al bleek dat laatste onmogelijk, vroegtijdige kaalheid bleek de spelbreker. Met een onnozele glimlach op zijn dronken gezicht bleef hij me uitdagend aankijken. Het was bijzonder verleidelijk om kwaad met kwaad te bestrijden maar ik opteerde toch om de ‘bigger person’ (letterlijk) te zijn en hem ostentatief de (spek)rug toe te keren. Er waren een paar wijntjes nodig (vloeibare caloriebommen, maar tellen was het laatst van mijn zorgen) om die smerige opmerking door te spoelen. Een paar extra kilo’s wegen blijkbaar zwaarder door op mijn gemoed dan op de weegschaal.
En zo belandde ik op die vroege zondagochtend op de loopband, zijn woorden als motivatie nog nagalmend in mijn hoofd. Later die middag kon ik de lokroep van op de bodem van de kast niet weerstaan en probeerde ik me tevergeefs in de jeans te wringen, wederom zonder resultaat. Maar toen ik een glimp van mezelf in de spiegel opving, viel het me op dat het model van de broek toch wel een beetje verouderd was en ook de washing was niet helemaal up-to-date. Zo kwam ik tot het inzicht dat je net als meerdere mannen in je leven, ook meerdere jeans'en kan liefhebben. En met het wisselen van de seizoenen, wissel ik ook maar beter eens van favoriete jeans. Ultra wijd, flared, bootcut, de boyfriend of skinny! Na een periode van intensief sporten komt het wel goed met die kilo’s. En wat die gemene jongen betreft, hij kan nog zoveel sporten als hij wil, een slecht karakter (en die kale kop!) krijg je er niet mee weg.

Commentaar (3)