Skip to main content

HOME / BLOG

Ik word oud. Over twee maanden vier ik mijn 27ste verjaardag (de zogenaamde 'bad side of the twenties') en hoewel deze leeftijd voor velen wil zeggen dat ik nog een piepkuiken ben, kan ik niet ontkennen dat de rock 'n roll langzaam uit mijn leven sluipt. En dat uit zich vooral in levensbelangrijke dingen zoals wonen, eten en drinken.

Wat dat wonen betreft, dat gebeurde vroeger op een kot ingericht met afdankertjes uit het ouderlijk huis aangevuld met vondsten uit het kringloopcentrum. Later werd dat samenwonen met vriendinnen die qua Ikea-meubels een beetje compatibel waren. Ondertussen hebben sommige van mijn vriendinnen een eigen huis gekocht, met als gevolg dat notariskosten en plafondverf de roddels vervangen die tot voor kort het hoofdingrediënt van onze gesprekken waren. Bovendien verlang ik bij gebrek aan eigen woonst naar nieuwe meubels, zodat ik mezelf erop betrap de prijs te vragen van een paar leuke oude stoeltjes waardoor ik plots te weten kom wie Arne Jacobsen is. Met als gevolg dat ik nu elke maand wat spaar voor stoeltjes - niet bepaald mijn idee van het groots en meeslepend leven dat ik ooit voor ogen had.

Eten dan. Een activiteit die zich de laatste jaren verlegde van pittabars naar restaurants die eigenlijk net een tikje te duur waren, maar tegenwoordig wordt er gegeten in de huiskamers van de huisbezitters. Waardoor naast notariskosten ook recepten de gesprekken binnensluipen - fijn, ware het niet dat ik nog geen ei kan bakken. Bovendien staat tegenover een uitnodiging een wederuitnodiging, waardoor ik mezelf aan mijn liefste naar zijn agenda hoorde vragen omdat we die-en-die nog te eten moesten vragen. Rock 'n Roll? Ik dacht het niet...

En terwijl ik voeger zowel tijdens de week als in het weekend lekker kon doorzakken aangezien ik met een paar uurtjes slaap vlotjes de volgende dag doorkwam, heb ik tegenwoordig de morning after het gevoel alsof er een kernontploffing in mijn hersenen heeft plaatsgevonden. Alleen vergeet je dat gelukkig nogal snel, want als er één ding is dat zowel mijn huisbezittende als maaltijdbereidende vrienden bindt, is het een voorliefde voor spontane terrasavonden. Waardoor ik de dag erna meerdere malen om euthanasie smeek wanneer ik aan het werk moet. Maar stiekem denk ik: Yeah. Rock 'n Roll.


Het heeft een naam. De aandoening waarvan ik me zolang ik kan herinneren last heb, blijkt erkend in de wereld der psycho- en andere logen. Procrastinatie heet de kwaal waar ik aan lijd. Wat zoveel betekent als: ik stel al wat ik moet doen uit tot het allerlaatste moment. Of zelfs tot daarna, als het even mogelijk is.

Onnodig te zeggen dat ik me sinds het ontdekken van dat vreemde woord heel wat beter voel. Nee, ik ben niet lui, ik heb een aandoening. Een erkende zelfs. En iedereen die me zo vaak vertelt dat ik beter moet plannen en lijstjes maken, kan de boom in. Tegen een iemand die chronisch depressief is, zeg je toch ook niet dat hij gewoon moet opvrolijken? Dus vergeef mij als ik bel met een dringende kwestie, die eigenlijk gisteren al opgelost had moeten zijn. Geef mij nooit de taak tickets voor een concert te reserveren, want ik wacht tot het uitverkocht is en probeer me niet te plezieren met Bongo-bons, want die laat ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid verlopen. Daar kan ik niets aan doen. Want ik lijd aan procrastinatie, dat kan je maar beter ernstig nemen.

De oorzaak van mijn psychische aandoening zou perfectionisme zijn - ik wil dingen namelijk zo goed doen, dat ik ze helemaal niet doe. In datzelfde rijtje worden ook wel 'faalangst' en een 'moeilijke jeugd' genoemd, want iedereen heeft nu eenmaal zijn trauma's als hij maar wil. Bij mij is het soms ook zware hoofdpijn die acute aanvallen van procrastinatie met zich meebrengt, het resultaat van het warme weer en liters Ricard. Pro-Ricard-stinatie, als het ware. En ik denk zolang de zomer duurt, dat ik mijn aandoening nog even koester. Want plannen, dat lukt me in de herfst vast beter.


Vorige week, donderdagmiddag. Setting: een zonnig terrasje. Met vier waren we, geloof ik, zonnebrillen in het haar en mobiele telefoons op de tafel - want we zijn allen erg druk-druk, moet je weten. Conclusie na enkele seconden: ik ben de enige in het gezelschap zonder iPhone. En om mij heen kijkend voelde ik me al snel de enige op het hele terras en bij uitbreiding de hele wereld die niet over zo'n geweldig hippe foon beschikt.

Niet dat ik het niet zou willen, zo'n iPhone. Want hij zou perfect passen bij mijn nieuwe roodleren tas en de icoontjes die erop staan vind ik mateloos fascinerend. Alleen: ik kan er niets mee. Als men mij bij gebrek aan eigen batterij een iPhone toestopt om even te bellen, schiet ik in paniek en ga ik in gedachten al op zoek naar het dichtsbijzijnde telefoonhokje. Want het risico dat ik plots iemand berichten aan het lezen ben of volop mails begin te wissen, is gevaarlijk groot.

Ik word er wel eens mee uitgelachen, met mijn gebrek aan iPhone-kunde. Maar toen ik onlangs in een poging deze uit de wereld te helpen ging kijken wat zo'n paradetoestel kost, moest ik toch even slikken. Zeker als je je bedenkt dat ik een telefoon gemiddeld drie keer per jaar kwijtspeel, leek een exemplaar van zo'n 30 euro mij plots toch geschikter. Vooral ook omdat ik zo, eens het huis uit, niet meer bereikbaar ben per mail, wat een heerlijke rust met zich meebrengt. En toen de terrasjesavond uiteindelijk eindigde in een drankgelag waarbij vriendin L. haar sleutels niet meer vond, heb ik haar geholpen. Met mijn goedkope telefoon, waar blijkbaar een zaklampje ingebouwd zat. Wat dat had haar iPhone niet.


Ik had het moeten zien aankomen. Signalen waren er genoeg, eerst af en toe daarna elke keer als ik iets vroeg. Ik keek de andere kant op en deed of er niets aan de hand was en hoopte hevig dat het vanzelf zou overgaan. En toen was het plots allemaal voorbij . Vier jaar lang was hij mijn steun en toeverlaat, hij herbergde mijn diepste geheimen, bewaarde mijn mooiste herinneringen, hij verruimde mijn blik op de wereld. En nu was alles weg. Maar ik zou niet opgeven voor ik alles geprobeerd had om die jaren te redden. Wanneer hij wegviel, was dat een lobotomie zonder verdoving, tenminste, zo voelde het toch .

Toen twee vrienden zich over het probleem bogen keek ik nagelbijtend toe. Een vermoeide zucht later keken ze me hoofdschuddend aan. “Het ziet er niet goed uit, alles is verziekt”, zei vriend nummer 1. Plots werd ik overspoeld door de angst dat alles weg zou zijn. Vriend nummer 2 zag de zaak niet veel rooskleuriger in: “beestjes, kapot gevreten”. Hij klapte mijn goede oude laptop dicht en ik wist dat het voorgoed was. Nog niet klaar voor het finale afscheid nam ik het zware logge ding nog even op schoot voor ik hem in tas stopte, als laatste groet.

In de dagen die volgden onderging ik het volledige rouwproces: na de ontkenning (“dit kan toch niet waar zijn”) kwam de boosheid (“verdomme, een nieuwe is veel te duur, zeker na die onverantwoorde schoenen aankoop”), daarna de onderhandeling (“alstublieft meneer, weet u het wel echt helemaal zeker?”) gevolgd door een kleine depressie (“ik ben écht alles kwijt”). En dan uiteindelijk: de aanvaarding.

Het leek allemaal nog wel mee te vallen. De harde schijf werd gered en ook in mijn budget vond ik voldoende ruimte om het verlies mee op te vangen. Als een man met een midlife crisis gaf ik mijn ogen de kost aan jongere, dunnere, slimmere en mooiere exemplaren. Mijn vingers gleden over het strakke toetsenbord en mijn credit card door de betaalautomaat. De vier jaren samen zijn mooi geweest maar ik weet zeker dat mijn nieuwe laptop en ik een toekomst vol mooie woorden, beelden en muziekjes tegemoet gaan. Want de herinneringen in mijn hart kunnen immers door geen virus, hoe agressief ook, vernietigd worden.


'Als jij geen koopverslaving hebt, dan weet ik het niet meer!'. Vriendin E. kijkt misprijzend naar de zakjes aan het stuur van mijn fiets als ik haar toevallig tegenkom in een drukke winkelstraat. Op zaterdag, want soms tart de verslaving alle obstakels, zelfs overvolle pashokjes en urenlange rijen aan de kassa. Nu wilde ik er wel wat tegenin brengen (ik had nieuwe schoenen nodig! Ik had nog maar dertig paar!), maar de realiteit is dat ze een punt heeft.

Toen ik even later een bikini stond te passen, zo'n Lolita-achtig model met zwart-witte vichyruitjes, bedacht ik me dat het niet de bikini was die ik wilde. Ik heb massa's bikini's, van Princesse TamTam tot Kylie voor H&M, en de realiteit is dat ik ze allemaal maximum één keer per jaar draag. Wat ik me met die bikini dacht aan te schaffen, was tijd. Tijd om in de zon te liggen met een boek en een cocktail. Een strand met wuivende palmbomen en heerlijk bruin kleurtje in plaats van werkdagen van tien uur en deadlinestress.

Dus heb ik de bikini gelaten waar hij was. Met pijn in het hart, dat spreekt, maar af en toe wordt een vrouw nu eenmaal geacht haar verslavingen te overwinnen. Al was het maar om chocoladeschaarste tegen te gaan. En zo heb ik me erbij neergelegd dat ook deze zomer er een zal zijn zonder stranden en palmbomen en dat de enige straling op mijn huid waarschijnlijk van mijn computerscherm zal komen. Gelukkig maar dat je een bruin kleurtje wel in een flesje kan kopen.


Ik heb het er niet zo op begrepen. Op de zomertrends, bedoel ik dan. Neem nu die militaire parka-dingen: erg rock 'n roll als Alexa Chung of Agyness Deyn er mee op de rode loper verschijnen, maar zelf zie ik er eerder uit alsof ik per ongeluk De Kampeerder ben binnengestapt en nog nooit heb gehoord van het verschil tussen een medium en een XXL. Hetzelfde geldt voor die leuke Chanel-klompjes, die eigenlijk alleen leuk zijn in de Chanel-versie en bijgevolg onbetaalbaar.

Nude-kleuren dan. Prachtig vind ik ze, op de catwalk en in advertenties. Niet echter in het pashokje: ligt het aan mij, of moet ik dringend een kuurtje zelfbruiner en drie weken vakantie op een zonovergoten eiland? Anyway, ik koop me wel een tasje in zo'n bleke kleur. Shortjes vind ik dan weer wel fijn, maar daarvan heb ik de afgelopen zomers al zoveel exemplaren ingeslagen dat het me een raadsel is wat er nu weer de nieuwigheid aan was.

Hetzelfde geldt voor de boyfriend jeans, die ook op enthousiasme van mijn kant kan rekenen. Iets minder op die van mijn liefste, die me er regelmatig attent op maakt dat ik er net een jongen in lijk, inclusief misprijzende blik. De lingerielook wordt waarschijnlijk wel goedgekeurd, maar een experiment van enkele jaren geleden leert me dat zo'n korsetgevallen volledig ongeschikt zijn om op een onverwachte meeting te verschijnen. Trauma opgeborgen, idem voor het lingerietopje.

Het goede nieuws aan deze vestimentaire malaise is dat ik op het einde van de eerste lentemaand zowaar nog een beetje plaats in mijn kleerkast heb. En een beetje geld over. Dat ik uiteraard onmiddellijk van mijn rekening haal om mezelf te trakteren op een erg duur wellnessarrangement. Want je weet maar nooit wanneer er weer een bankencrisis uitbreekt.


Mijn buren hebben een baby. Die ondertussen bijna een jaar oud is en slechts luttele dagen verwijderd van zijn eerste stapjes, bezig zich mentaal voor te bereiden op de vele 'oehs' en 'wauws' die hij daarvoor in ontvangst zal mogen nemen. Mijn buren hebben ook een stationmodel auto. Geen luxe, want met zo'n baby verplaats je je niet zonder tientallen tassen vol luiers, reservekleertjes, slabbetjes, speelgoedjes, fopspenen en favoriete slaapdoekjes. Om van de maxi-cosi, het opvouwbed, de uitplooibox en de multifunctionele verschoontafel nog maar te zwijgen. Travelling light, het lukt niet met een kind.

Na de buren lijkt ook de rest van de vriendenkring klaar voor nageslacht. Vriend K. bijvoorbeeld, die zijn kersverse vrouw meteen een tweeling schonk. Dat hij zich vele jaren bekwaamd heeft in het zich voortplanten, moet je hem nageven. Maar ik vraag me bezorgd af hoe dat dan moet met dubbel zo veel luiers, reservekleertjes, slabbetjes, speelgoedjes, fopspenen en favoriete slaapdoekjes. Stiekem verdenk ik hem ervan te sparen voor een vrachtwagen. Pluspunt daarvan is dat je er ook even in kan dutten als de vrucht van je lendenen 's nachts nogal veel kabaal blijkt te maken.

Dan is er de vriendin van vriendin L., ook zwanger en bovendien van L. gescheiden door het treintraject Gent-Antwerpen. Dat binnenkort eenzijdig door L. in de richting van het Gentse zal worden afgelegd, want zo'n baby wil je niet mee op de trein. Zeker niet als er tegenover je een erg serieuze man zit die zich duidelijk wil verdiepen in de krant, want net dan begint 'ie te huilen. De baby, bedoel ik dan. Met als gevolg dat L. uren op de trein zit, om bij aankomst meteen de woorden 'hoe schattig' in de mond te nemen. Want baby's zijn schattig, daarover zijn de sociale richtlijnen meer dan duidelijk.

Ik hoef ze nog niet, die kleintjes. Niet alleen omwille van het feit dat ik negen maanden zonder gin een stevige opgave lijk te vinden en liever niet zou hebben dat mijn buik en kont het formaat van een huis krijgen. Maar ook omdat ik het gezellig vind om te gaan en te staan waar ik wil ik wil. En omdat ik zo vaker uitgenodigd word bij vrienden die etentjes onder eigen dak de makkelijkste vorm van sociaal contact vinden. Zonder gesleur, met een glaasje wijn en de baby binnen handbereik, die hoogstens wat huilt of het voorgerecht onderkotst. Zo kom ik nog eens ergens. En het leukst is dat ook weer weg kan als ik wil. Zonder luiers, slabbetjes of reservekleertjes.


Tot vorige week verkondigde ik met een zekere misplaatste trots dat ik als enige Vlaming nog nooit aan een Start to Run-programma begon. Geen aanmoedigende kreetjes van Evi Gruyaert op mijn iPod. Ook geloofde ik net iets te lang dat jezelf een nachtje in het zweet dansen, met de fiets naar de bakker gaan en op torenhoge hakken achter een tram aanhollen voldoende was om billen, borst en buik in vorm te houden. Maar zoals wel vaker had ik het helemaal mis en dus waag ik me vaker dan me lief is aan een Latino getint soft-erotisch zumba dansje en grensverleggende yoga en pilatessessies waarbij Madonna's flexibiliteit zo goed als geëvenaard wordt. Het is dus niet dat ik iets tegen sport heb, het is enkel bij lopen waar het sportschoentje wringt. Eigenlijk is het vrij simpel:ik haat het. En net ik neem dan geheel vrijwillig deel aan een Start2Run workshop.

Vol goede intenties beperkte ik mijn alcoholinname de avond voordien braafjes tot vier eenheden. ‘s Ochtends hees ik me in mijn hagelwitte ‘Madonna for H&M’ traningspak, een miskoop die na er de motten vanaf te slaan eindelijk zijn nut bewijzen kon. Hoe dichter bij Brussel, hoe hoger mijn hartslag en de file zorgde enkel voor een kortstondig uitstel van executie. Toen ik het indrukwekkende Koning Boudewijnstadium binnenwandelde overwoog ik om rechtsommekeer te maken en weg te lopen. Net voor ik voor het hazenpad kon kiezen werd ik bij mijn nekvel gevat en bij een paar andere sportief uitgedoste en zenuwachtige journalisten gedropt. Het volgende uur vertelden sportartsen met suffe hoofden maar goed verborgen atletische lichamen ongetwijfeld interessante zaken waar ik me weinig van herinner. Buiten dat je héél erg lang moet sporten voor dat lichaam van je doorheeft dat het wel eens wat vet zou mogen verbranden. Vervolgens kregen we een state of the art Polar hartslagmeter omgebonden en moedigde een overenthousiaste begeleidster ons aan om vijf rondjes te lopen, als opwarming. Mijn wenkbrouw ging bedenkelijk de hoogte in en prompt werd de opwarming tot twee rondjes gereduceerd. Vrij snel hoorde ik alarmerende biepjes aan mijn pols maar ik volharde in de waanzin, zelfs toen ik na anderhalve ronde pufte als iemand met een 40 jaar lange rookcarrière. Toen ik met het schuim op de lippen de finish haalde merkte ik lichte paniek in de ogen van de niet meer zo enthousiaste begeleidster. Moederlijk sloeg ze haar arm om me heen en tussen wat bemoedigende woordjes door prevelde ze dat ik naar mijn lichaam én mijn hartslagmeter moest luisteren. Eens het stadium niet meer rond mijn hoofd danste vond ik in een bebaarde man met kilt mijn nieuwe looppartner. We deden het rustig aan en de hysterie bij mijn hartslagmeter bleef uit. Na enkele rondjes besloot ik het advies ter harte te nemen en naar mijn lichaam-dat er serieus genoeg van had- te luisteren en onopgemerkt het stadium uit te joggen.

Vijf kilometer lopen in tien weken tijd, het is niet voor mij weggelegd. Doe maar een uurtje Victoriaanse preutsheid wegwiegen in de dansles en achteraf bijpraten op café. Een atletisch lichaam zal ik daarvan niet krijgen, maar het is de aanhangers van Evi en co van harte gegund! Cheers!


Een vriendin van me heeft een affaire. Met een collega. Dat hij een slordige vijftien jaar ouder is, twee kinderen heeft en in bed prestaties neerzet die hoogstens als 'teder' kunnen omschreven worden, maakt haar niet zoveel uit. Als vrouw wil je per slot van rekening bemind worden, nu eens met engagement, maar soms ook vrijblijvend.

Als toeschouwer vanop de eerste rij vind ik het best spannend, zo'n affaire. Lieve berichtjes over en weer, afgewisseld met een mailtje dat een gesprek voorbereidt. Eentje over de toekomst, al is die in het geval van een affaire meestal vaag. Maar wat zou het ook? Zij hoeft niet aan luiers en naschoolse opvang te denken, en leerde Coco Chanel ons al niet de voordelen van een positie als minnares? Sterk, onafhankelijk en op de hoogte van alles, in tegenstelling tot die arme officiële wederhelft die het woordje 'overwerken' net een keertje te veel gehoord heeft.

Nadeel is dat ze naast het bed ook met hem de werkvloer moet delen. Dat hij met andere woorden te pas en te onpas rond haar bureautje drendelt, waarbij zij zich verbeeldt dat iedereen de prille verliefdheid van hun beider gezichten kan aflezen. Om dit te vermijden, loopt ze dan meestal weg. Stoot ze een tas koffie om, of spurt ze met een hoop papieren het kantoor van haar baas binnen, struikelend over de woorden 'dringend' en 'meeting'. Om hem vervolgens een mailtje te sturen waarin ze hem vertelt dat ze niets van hem verwacht en niet verliefd is. Dat ze druk is, plannen heeft. En dus geen tijd voor hem. Twee dagen blijft het stil op de sms-lijn. Waarop ondergetekende ter hulp geroepen wordt: 'wat heb ik nu verkeerd gezegd?'

Een ding is duidelijk. Saai wordt het niet snel, zo'n affaire.


"Het is een schoon kind, maar ze weet het". Onderwerp van gesprek is een jonge Vlaamse actrice, gezegend met golvende haren en een mond waar Brigitte Bardot en Angelina Jolie om zouden vechten. Bloedmooi is ze. Maar ze weet het, althans volgens enkelen die menen haar iets te koket met dat haar te hebben zien schudden of die mond tot een doelbewust verleidelijk pruillipje te hebben zien trekken.

Het zal je maar overkomen, zo mooi zijn. Toegegeven, het moet best aangenaam zijn wanneer tientallen mannen voor je in zwijm vallen als je nog maar een wenkbrauw optrekt. Maar verder word je door vrouwen met afgunst bekeken, gaat men er doorgaans van uit dat je het IQ van een banaan hebt en kan je er maar beter voor zorgen dat je een puist op je neus hebt tijdens het wekelijkse rondje zeuren over uiterlijkheden onder vriendinnen. In de spiegel kijken vermijd je best tot je zestigste: misschien besef je zo de kracht van je uiterlijk en verlies je die op hetzelfde moment. Want als je het weet, word je blijkbaar minder mooi.

Doe mij dus maar mezelf. Zonder weelderige lokken en met een kin die je in een vlaag van vriendelijkheid als 'karakteristiek' zou kunnen omschrijven. Zodat niemand zich bedreigd hoeft te voelen als ik ergens binnenstap of aanstoot hoeft te nemen aan een kleine koketterie. En zodat ik op dagen waarop alles goed zit, schaamteloos heupwiegend over straat kan zonder nagestaard te worden. Behalve dan door enkele bouwvakkers. En een paar voormalige studiegenotes waarvoor ik het woord 'vilaine' wel eens in de mond neem. Die ik voor het begroeten nog duidelijk hoor zeggen: 'Ja, ze ziet er beter uit dan vroeger. Maar ze weet het'.


Twee twintigers, twee dertigers en een veertiger, samengegooid in een slakom, met een pittige dressing en wat sappige weetjes erbij. Generations: The Real Life. Altijd verrassend, nooit saai. Want een ELLEvrouw weet hoe het leven up te spicen.

Labels

Maa Din Woe Don Vry Zat Zon
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30      
Voeg ELLE.be toe aan je favorieten

Info en tips ELLE.BE

Join us !